Art. 2, Definities
Voor de toepassing van deze verordening gelden de volgende definities:
a) „dieren”: levende gewervelde dieren;
b) „verzamelcentra”: plaatsen zoals bedrijven, verzamelplaatsen en markten waar als landbouwhuisdier gehouden eenhoevigen, runderen, schapen, geiten of varkens van verschillende bedrijven samengebracht worden om een partij dieren te vormen;
c) „verzorger”: een persoon die rechtstreeks verantwoordelijk is voor het welzijn van de dieren en deze bij het vervoer begeleidt;
d) „grensinspectiepost”: iedere inspectiepost die overeenkomstig artikel 6 van Richtlijn 91/496/EEG (16) aangewezen en erkend is voor de uitvoering van de veterinaire controles op dieren die uit derde landen aan de grens van het grondgebied van de Gemeenschap aankomen;
e) „communautaire veterinaire wetgeving”: de in hoofdstuk I van bijlage A bij Richtlijn 90/425/EEG (17) opgesomde wetgeving en alle latere uitvoeringsbepalingen;
f) „bevoegde autoriteit”: de centrale autoriteit van een lidstaat die bevoegd is voor de uitvoering van controles op het dierenwelzijn alsmede iedere autoriteit waaraan die bevoegdheid is overgedragen;
g) „container”: een krat, box, houder of andere stijve constructie die voor het vervoer van dieren gebruikt wordt en geen vervoermiddel is;
h) „controleposten”: controleposten zoals bedoeld in Verordening (EG) nr. 1255/97;
i) „plaats van uitgang”: een grensinspectiepost of andere door een lidstaat aangewezen plaats waar dieren het douanegebied van de Gemeenschap verlaten;
j) „transport”: de gehele vervoersoperatie van de plaats van vertrek tot de plaats van bestemming, met inbegrip van het lossen, het stallen en het laden tijdens tussenstops;
k) „houder”: een natuurlijke persoon of rechtspersoon, met uitzondering van de vervoerder, die permanent of tijdelijk voor dieren verantwoordelijk is of ermee omgaat;
l) „veeschip”: een vaartuig dat gebruikt wordt of bedoeld is voor het vervoer van als landbouwhuisdier gehouden eenhoevigen, runderen, schapen, geiten of varkens, met uitzondering van roroschepen en vaartuigen die dieren vervoeren in verplaatsbare containers;
m) „lang transport”: een transport van meer dan 8 uur, gerekend vanaf het tijdstip waarop het eerste dier van de partij verplaatst wordt;
n) „vervoermiddel”: een weg- of spoorvoertuig, vaartuig of luchtvaartuig dat wordt gebruikt voor het vervoer van dieren;
o) „navigatiesystemen”: infrastructuren, gebruikmakend van satellieten, voor het aanbieden van wereldwijde, continue, nauwkeurige en gegarandeerde tijds- en positiebepalingsdiensten of een dienstverlenende technologie die voor de toepassing van deze verordening als gelijkwaardig wordt beschouwd;
p) „officiële dierenarts”: de door de bevoegde autoriteit van de lidstaat aangewezen dierenarts;
q) „organisator”:
i) een vervoerder die aan ten minste één andere vervoerder een deel van het transport heeft uitbesteed; of
ii) een natuurlijke persoon of rechtspersoon die aan meer dan één vervoerder een transport in opdracht heeft gegeven; of
iii) de persoon die afdeling 1 van het journaal als opgenomen in bijlage II heeft ondertekend;
r) „plaats van vertrek”: de plaats waar het dier voor het eerst in een vervoermiddel geladen wordt, op voorwaarde dat het daar ten minste gedurende 48 uur voor het vertrek gestald is geweest.
Verzamelcentra die erkend zijn overeenkomstig de communautaire veterinaire wetgeving kunnen evenwel als plaats van vertrek beschouwd worden, indien
i) de afstand tussen de eerste laadplaats en het verzamelcentrum minder dan 100 km bedraagt; of
ii) de dieren gedurende ten minste zes uur voor het vertrek uit het verzamelcentrum met voldoende strooisel en drinkwater, indien mogelijk niet aangebonden, gestald zijn geweest;
s) „plaats van bestemming”: de plaats waar een dier uit een vervoermiddel geladen wordt en:
i) gedurende ten minste 48 uur voor het vertrek gestald wordt; of
ii) geslacht wordt;
t) „overlaadplaats”: elke halteplaats tijdens de reis die niet een plaats van bestemming is, met inbegrip van een plaats waar de dieren, na al dan niet gelost te zijn, op een ander vervoermiddel overgaan;
u) „geregistreerde eenhoevigen”: eenhoevigen zoals bedoeld in Richtlijn 90/426/EEG (18);
v) „roroschip”: een zeeschip met voorzieningen voor het op- en afrijden van weg- of railvoertuigen;
w) „vervoer”: de verplaatsing van dieren met behulp van een of meer vervoermiddelen en de daarmee samenhangende activiteiten, zoals laden, lossen, overladen en rusten, tot aan het moment waarop alle dieren op de plaats van bestemming zijn uitgeladen;
x) „vervoerder”: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die voor eigen rekening of voor rekening van een derde dieren vervoert;
y) „niet-afgerichte eenhoevigen”: eenhoevigen die niet kunnen worden aangebonden of aan een halster kunnen worden geleid zonder dat dit vermijdbare opwinding of pijn of vermijdbaar lijden veroorzaakt;
z) „voertuig”: een vervoermiddel op wielen dat wordt aangedreven of voortgetrokken.