Art. 50 Richtlijn 2005/68/EG, Overeenkomsten met derde landen

Richtlijn 2005/68/EG

1. De Commissie kan bij de Raad voorstellen indienen voor onderhandelingen over overeenkomsten met een of meer derde landen over de middelen voor de uitoefening van aanvullend toezicht op:

a) herverzekeringsondernemingen waarvan het hoofdkantoor in een derde land gevestigd is en die herverzekeringsactiviteiten uitoefenen in de Gemeenschap,

b) herverzekeringsondernemingen waarvan het hoofdkantoor zich in de Gemeenschap bevindt en die herverzekeringsactiviteiten uitoefenen op het grondgebied van een derde land.

2. De in lid 1 bedoelde overeenkomsten beogen in het bijzonder, onder voorwaarden van gelijkwaardige prudentiële regelgeving, een doeltreffende markttoegang te waarborgen voor herverzekeringsondernemingen op het grondgebied van elke partij bij de overeenkomst en te zorgen voor de wederzijdse erkenning van toezichtregels en -gewoonten op het gebied van herverzekering. Zij beogen tevens dat:

a) de bevoegde autoriteiten van de lidstaten de informatie kunnen verkrijgen die nodig is voor het toezicht op herverzekeringsondernemingen waarvan het hoofdkantoor zich in de Gemeenschap bevindt en activiteiten uitoefenen op het grondgebied van de betrokken derde landen,

b) de bevoegde autoriteiten van derde landen de informatie kunnen verkrijgen die nodig is voor het toezicht op herverzekeringsondernemingen waarvan het hoofdkantoor op hun grondgebied is gevestigd en die activiteiten in de Gemeenschap uitoefenen.

3. Onverminderd artikel 300, leden 1 en 2, van het Verdrag onderzoekt de Commissie met het Europees Comité voor verzekeringen en bedrijfspensioenen het resultaat van de in lid 1 van dit artikel bedoelde onderhandelingen en de daaruit voortvloeiende situatie.

Vorige artikelen

Volgende artikelen