Art. 44 Richtlijn 2005/68/EG, Intrekking van de vergunning

Richtlijn 2005/68/EG

1. De bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst kunnen de door hen aan een herverzekeringsonderneming verleende vergunning intrekken, wanneer de onderneming:

a) van de vergunning geen gebruik maakt binnen twaalf maanden, uitdrukkelijk afstand doet van de vergunning of gedurende meer dan zes maanden haar werkzaamheden heeft gestaakt, tenzij de vergunning volgens de bepalingen van de betrokken lidstaat in deze gevallen vervalt;

b) niet meer aan de toegangsvoorwaarden voldoet;

c) er niet in geslaagd is om binnen de gestelde termijn de maatregelen te treffen waarin het in artikel 42 bedoelde sanerings- of financieringsplan voorziet;

d) op ernstige wijze faalt te voldoen aan de verplichtingen die voortvloeien uit de op haar van toepassing zijnde regelgeving.

Wanneer de vergunning wordt ingetrokken of vervalt, stellen de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten daarvan in kennis; deze moeten passende maatregelen treffen om te beletten dat de betrokken herverzekeringsonderneming op hun grondgebied nieuwe werkzaamheden aanvangt, hetzij uit hoofde van het recht van vestiging, hetzij in het kader van vrije dienstverrichting.

2. Elk besluit tot intrekking van een vergunning moet uitvoerig met redenen zijn omkleed en ter kennis van de betrokken herverzekeringsonderneming worden gebracht.

Vorige artikelen

Volgende artikelen