Art. 43 Richtlijn 2005/36/EG, Specifieke verworven rechten van verloskundigen

Richtlijn 2005/36/EG

1. Elke lidstaat erkent, ten aanzien van onderdanen van de lidstaten van wie de opleidingstitels van verloskundige aan alle in artikel 40 vastgestelde minimumopleidingseisen voldoen, maar uit hoofde van artikel 41 alleen mogen worden erkend indien ze vergezeld gaan van het in artikel 41, lid 2, bedoelde bewijs van praktijkervaring, als genoegzaam bewijs de door deze lidstaten vóór de in bijlage V, punt 5.5.2, bedoelde referentiedatum afgegeven opleidingstitels, op voorwaarde dat zij vergezeld gaan van een verklaring waarin wordt bevestigd dat de houders ervan de betrokken werkzaamheden tijdens de vijf jaar die aan de afgifte van de verklaring voorafgaan gedurende ten minste drie opeenvolgende jaren daadwerkelijk en op wettige wijze hebben uitgeoefend.

2. Lid 1 is van toepassing op onderdanen van de lidstaten van wie de opleidingstitels van verloskundige de afsluiting zijn van een opleiding die op het grondgebied van de voormalige Duitse Democratische Republiek werd gevolgd en die aan alle minimumopleidingseisen van artikel 40 voldoet, maar uit hoofde van artikel 41 alleen mogen worden erkend indien zij vergezeld gaan van het in artikel 41, lid 2, bedoelde bewijs van praktijkervaring, wanneer zij de afsluiting zijn van een opleiding waarmee vóór 3 oktober 1990 werd aangevangen.

3. Ten aanzien van de Poolse opleidingstitels voor verloskundige geldt dat uitsluitend de hierna genoemde bepalingen met betrekking tot verworven rechten van toepassing zijn.

De lidstaten erkennen ten behoeve van onderdanen van lidstaten wier opleidingstitels van verloskundige door Polen zijn afgegeven of wier opleiding in Polen vóór 1 mei 2004 is aangevangen, en die niet voldoen aan de in artikel 40 bedoelde minimumopleidingseisen, de hierna genoemde opleidingstitels van verloskundige, indien deze vergezeld gaan van een verklaring waarin wordt bevestigd dat betrokkene gedurende de hieronder gespecificeerde periode de werkzaamheden van verloskundige daadwerkelijk en op wettige wijze heeft uitgeoefend:

a) voor de opleidingstitel van verloskundige op universitair niveau (dyplom licencjata położnictwa): ten minste drie opeenvolgende jaren tijdens de vijf aan de afgifte van de verklaring voorafgaande jaren,

b) opleidingstitel van verloskundige ter afsluiting van een hogere opleiding, afgegeven door een instelling voor medisch beroepsonderwijs (dyplom położnej): ten minste vijf opeenvolgende jaren tijdens de zeven aan de afgifte van de verklaring voorafgaande jaren.

4. De lidstaten erkennen opleidingstitels in de verloskunde die in Polen zijn afgegeven aan verloskundigen die vóór 1 mei 2004 hun opleiding hebben voltooid en welke titels niet beantwoorden aan de in artikel 40 bedoelde minimumopleidingseisen, als deze titels worden gestaafd met het diploma „bachelor” dat is verkregen op basis van een speciaal voortgezet programma zoals bedoeld in artikel 11 van de wet van 20 april 2004 inzake de wijziging van de wet op de beroepen van verpleegkundige en verloskundige en inzake enige andere rechtsbesluiten (Publicatieblad van de Poolse Republiek van 30 april 2004, nr. 92, pos. 885) en de verordening van de minister van Volksgezondheid van 11 mei 2004 inzake de gedetailleerde voorwaarden voor het verstrekken van opleidingen voor verpleegkundigen en verloskundigen die in het bezit zijn van een diploma middelbaar onderwijs (eindexamen — matura) en zijn afgestudeerd aan een medische school of een instelling voor medisch beroepsonderwijs waar het beroep van verpleegkundige en van verloskundige wordt aangeleerd (Publicatieblad van de Poolse Republiek van 13 mei 2004, nr. 110, pos. 1170), teneinde na te gaan of de kennis en de bekwaamheid van de betrokken persoon op een niveau liggen dat vergelijkbaar is met dat van verloskundigen met titels die in het geval van Polen zijn vastgesteld in bijlage V, punt 5.5.2.