Art. 2 Richtlijn 2005/32/EG, Definities
In deze richtlijn wordt verstaan onder:
1. „energieverbruikend product („evp”)”: een product dat, wanneer het in de handel gebracht en/of in gebruik genomen is, van energietoevoer (elektriciteit, fossiele of hernieuwbare brandstoffen) afhankelijk is om te functioneren zoals bedoeld, en een product voor de opwekking, overbrenging en meting van deze energie, met inbegrip van onderdelen die van energietoevoer afhankelijk zijn en bedoeld zijn om in onder deze richtlijn vallende evp's te worden ingebouwd en die ten behoeve van eindgebruikers in de handel worden gebracht en/of in gebruik worden genomen als losse onderdelen waarvan de milieuprestaties onafhankelijk kunnen worden beoordeeld;
2. „componenten en subeenheden”: onderdelen die bedoeld zijn om in evp's te worden ingebouwd en die niet als losse onderdelen ten behoeve van eindgebruikers in de handel worden gebracht en/of in gebruik worden genomen of waarvan de milieuprestaties niet onafhankelijk kunnen worden beoordeeld;
3. „uitvoeringsmaatregelen”: krachtens deze richtlijn goedgekeurde maatregelen tot vaststelling van ecologische ontwerpvoorschriften voor gedefinieerde evp's of voor milieuaspecten daarvan;
4. „in de handel brengen”: een evp voor het eerst op de communautaire markt aanbieden, tegen vergoeding of kosteloos, met het oog op de distributie of het gebruik ervan binnen de Gemeenschap, ongeacht de verkooptechniek;
5. „ingebruikneming”: eerste gebruik door de eindgebruiker van een evp in de Gemeenschap, overeenkomstig het gebruiksdoel;
6. „fabrikant”: natuurlijke of rechtspersoon die onder deze richtlijn vallende evp's vervaardigt en verantwoordelijk is voor de overeenstemming van het evp met deze richtlijn met het oog op het in de handel brengen en/of het in gebruik nemen ervan onder zijn eigen naam of handelsmerk of voor eigen gebruik. Bij het ontbreken van een fabrikant zoals gedefinieerd in de eerste zin of van een importeur zoals omschreven in punt 8, wordt een natuurlijke of rechtspersoon die de onder deze richtlijn vallende evp's in de handel brengt en/of in gebruik neemt, als fabrikant beschouwd;
7. „gevolmachtigde”: elke in de Gemeenschap gevestigde natuurlijke persoon of rechtspersoon die schriftelijk door de fabrikant is gemachtigd om namens hem alle of een deel van de verplichtingen en formaliteiten in verband met deze richtlijn te vervullen;
8. „importeur”: in de Gemeenschap gevestigde natuurlijke of rechtspersoon die in het kader van zijn commerciële activiteiten een product uit een derde land op de communautaire markt brengt;
9. „materialen”: alle materialen die tijdens de levenscyclus van een evp gebruikt worden;
10. „productontwerp”: de reeks processen waarbij wettelijke, technische, veiligheids-, functionele, markt- of andere voorschriften waaraan een evp moet voldoen, in de technische specificatie van dat evp worden omgezet;
11. „milieuaspect”: een element of functie van een evp dat of die tijdens de levenscyclus ervan met het milieu kan interageren;
12. „milieueffect”: elke verandering in het milieu die geheel of gedeeltelijk het gevolg van evp's is en zich voordoet tijdens hun levenscyclus;
13. „levenscyclus”: de opeenvolgende en onderling met elkaar verbonden stadia van een evp vanaf het gebruik van grondstoffen tot de uiteindelijke verwijdering;
14. „hergebruik”: elke handeling waarbij evp's of componenten ervan die aan het einde van hun eerste gebruiksmogelijkheid zijn gekomen, worden gebruikt voor hetzelfde doel als dat waarvoor ze waren ontworpen, met inbegrip van het voortgezette gebruik van evp's die naar inzamelcentra, distributeurs, recycleercentra of fabrikanten worden teruggebracht, alsmede het hergebruik van evp's na revisie;
15. „recycling”: herverwerking van afvalstoffen in een productieproces voor het oorspronkelijke doel of voor andere doeleinden, met uitsluiting van energieterugwinning;
16. „energieterugwinning”: het gebruik van brandbaar afval als middel om energie op te wekken door directe verbranding met of zonder ander afval, maar met terugwinning van de warmte;
17. „terugwinning”: elk van de toepasselijke werkzaamheden vermeld in bijlage II B bij Richtlijn 75/442/EEG van de Raad van 15 juli 1975 inzake afvalstoffen (22);
18. „afvalstoffen”: elke stof of elk voorwerp van de in bijlage I bij Richtlijn 75/442/EEG vermelde categorieën waarvan de houder zich ontdoet of van plan is zich te ontdoen of zich moet ontdoen;
19. „gevaarlijke afvalstoffen”: alle afvalstoffen waarop artikel 1, lid 4, van Richtlijn 91/689/EEG van de Raad van 12 december 1991 betreffende gevaarlijke afvalstoffen (23) van toepassing is;
20. „ecologisch profiel”: een beschrijving, overeenkomstig de op het evp toepasselijke uitvoeringsmaatregel, van de over de gehele levenscyclus aan een evp verbonden inputs en outputs (zoals grondstoffen, emissies en afvalstoffen) die uit het oogpunt van hun milieueffect significant zijn en in meetbare fysische grootheden worden uitgedrukt;
21. „milieuprestaties” van een evp: de resultaten van het beheer van de milieuaspecten van het evp door de fabrikant, zoals weergegeven in het technische documentatiedossier van het evp;
22. „verbetering van de milieuprestaties”: het proces bestaande in het verbeteren van de milieuprestaties van een evp over opeenvolgende generaties, hoewel niet noodzakelijkerwijze met betrekking tot alle milieuaspecten van het product tegelijkertijd;
23. „ecologisch ontwerp”: de integratie van milieuaspecten in het productontwerp met het doel de milieuprestaties van het evp over zijn gehele levenscyclus te verbeteren;
24. „voorschrift inzake ecologisch ontwerp”: elk voorschrift met betrekking tot een evp of het ontwerp van een evp dat wordt vastgesteld met het doel de milieuprestaties ervan te verbeteren, of elk voorschrift inzake het verstrekken van informatie betreffende de milieuaspecten van een evp;
25. „generiek voorschrift inzake ecologisch ontwerp”: elk voorschrift inzake ecologisch ontwerp dat is gebaseerd op het ecologische profiel als geheel en waarbij geen grenswaarden voor bepaalde milieuaspecten worden vastgesteld;
26. „specifiek voorschrift inzake ecologisch ontwerp”: een gekwantificeerd en meetbaar voorschrift inzake ecologisch ontwerp betreffende een bepaald milieuaspect van een evp, zoals het energieverbruik tijdens het gebruik, berekend voor een gegeven eenheid van geleverde prestatie;
27. „geharmoniseerde norm”: een technische specificatie die op basis van een mandaat van de Commissie door een erkende normalisatie-instelling is goedgekeurd overeenkomstig de in Richtlijn 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften (24) vastgestelde procedures voor het vaststellen van een Europees voorschrift, waarvan de inachtneming niet verplicht is.