Art. 2 Verordening (EG) nr. 2007/2004, Belangrijkste taken
Verordening (EG) nr. 2007/2004
1. Het agentschap voert de volgende taken uit:
a) de operationele samenwerking tussen de lidstaten op het gebied van het beheer van de buitengrenzen coördineren;
b) de lidstaten helpen bij het opleiden van nationale grenswachten, met inbegrip van de vaststelling van gemeenschappelijke opleidingsnormen;
c) risicoanalyses uitvoeren;
d) de ontwikkelingen volgen op het gebied van onderzoek dat relevant is voor de controle en bewaking van de buitengrenzen;
e) de lidstaten bijstaan in omstandigheden die extra technische en operationele bijstand aan de buitengrenzen vergen;
f) de lidstaten de nodige ondersteuning bieden bij de organisatie van gezamenlijke terugkeeroperaties.
2. Onverminderd de bevoegdheden van het agentschap mogen de lidstaten hun operationele samenwerking met andere lidstaten en/of derde landen aan de buitengrenzen voortzetten wanneer dit een aanvulling vormt op het optreden van het agentschap.
De lidstaten onthouden zich van elke activiteit die de werking van het agentschap of het bereiken van zijn doelen in gevaar kan brengen.
Zij brengen aan het agentschap verslag uit over de operationele aangelegenheden in verband waarmee aan de buitengrenzen wordt samengewerkt buiten het kader van het agentschap.