Art. 138, Kortingen en uitsluitingen in verband met de subsidiabiliteitsvoorwaarden

1. Behalve in gevallen van overmacht of uitzonderlijke omstandigheden zoals bedoeld in artikel 72 van Verordening (EG) nr. 796/2004 geldt dat, indien als gevolg van een administratieve controle of een controle ter plaatse tussen de aangegeven oppervlakte en de geconstateerde oppervlakte in de zin van artikel 2, punt 22, van Verordening (EG) nr. 796/2004 een verschil wordt vastgesteld dat meer dan 3 % maar niet meer dan 30 % van de geconstateerde oppervlakte bedraagt, het in het kader van de regeling inzake een enkele areaalbetaling toe te kennen bedrag voor het betrokken jaar wordt verlaagd met tweemaal het vastgestelde verschil.

Bedraagt het verschil meer dan 30 % van de geconstateerde oppervlakte, dan wordt voor het betrokken jaar geen steun toegekend.

Bedraagt het verschil meer dan 50 %, dan wordt de landbouwer nogmaals van steun uitgesloten voor een bedrag gelijk aan het bedrag dat overeenstemt met het verschil tussen de aangegeven oppervlakte en de geconstateerde oppervlakte. Dit bedrag wordt verrekend met de steunbetalingen waarop de landbouwer aanspraak kan maken op grond van de aanvragen die hij indient in de drie kalenderjaren volgende op het kalenderjaar waarin het verschil wordt vastgesteld.

2. Indien het verschil tussen de aangegeven oppervlakte en de geconstateerde oppervlakte het gevolg is van opzettelijke onregelmatigheden, wordt voor het betrokken kalenderjaar de steun waarop de landbouwer aanspraak had kunnen maken, niet toegekend.

Bovendien wordt, wanneer dat verschil meer dan 20 % van de geconstateerde oppervlakte bedraagt, de landbouwer nogmaals van steun uitgesloten voor een bedrag gelijk aan het bedrag dat overeenstemt met het verschil tussen de aangegeven oppervlakte en de geconstateerde oppervlakte. Dit bedrag wordt verrekend met de steunbetalingen waarop de landbouwer aanspraak kan maken op grond van de aanvragen de hij indient in de drie kalenderjaren volgende op het kalenderjaar waarin het verschil wordt vastgesteld.

3. Voor de vaststelling van de geconstateerde oppervlakte in de zin van artikel 2, punt 22, van Verordening (EG) nr. 796/2004 is het bepaalde in artikel 143 ter, lid 5 en lid 6, eerste alinea, van Verordening (EG) nr. 1782/2003 en in artikel 137 van de onderhavige verordening van toepassing.

Uitspraken die dit artikel aanhalen