Art. 2 Verordening (EG) nr. 1935/2004, Definities

Verordening (EG) nr. 1935/2004

1. Voor de toepassing van deze verordening gelden de toepasselijke definities van Verordening (EG) nr. 178/2002, behalve wat betreft de definities van „traceerbaarheid” en van „in de handel brengen”, die als volgt luiden:

a) „traceerbaarheid”: de mogelijkheid om een materiaal of voorwerp in alle stadia van de productie, verwerking en distributie te traceren en te volgen.

b) „in de handel brengen”: het voorhanden hebben van materialen en voorwerpen met het oog op de verkoop, met inbegrip van het ten verkoop aanbieden, of enige andere vorm van al dan niet gratis overdracht, alsmede de eigenlijke verkoop, distributie en andere vormen van overdracht zelf.

2. Voorts wordt verstaan onder:

a) „actieve materialen en voorwerpen die met levensmiddelen in contact komen” („actieve materialen en voorwerpen”): materialen en voorwerpen die bedoeld zijn om de houdbaarheid te verlengen of de toestand van verpakte levensmiddelen te handhaven of te verbeteren. Zij zijn zo ontworpen dat zij doelbewust bestanddelen bevatten die stoffen afgeven aan of absorberen uit de verpakte levensmiddelen of de omgeving daarvan;

b) „intelligente materialen en voorwerpen die met levensmiddelen in contact komen” („intelligente materialen en voorwerpen”): materialen en voorwerpen die de toestand van verpakte levensmiddelen of de omgeving daarvan aangeven;

c) „bedrijf”: een onderneming, zowel publiek- als privaatrechtelijk, die al dan niet met winstoogmerk actief is in enig stadium van de productie, verwerking en distributie van materialen en voorwerpen;

d) „exploitant van een bedrijf”: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die verantwoordelijk is voor de naleving van de verplichtingen van deze verordening in het bedrijf waarover hij de leiding heeft.