Art. 9 Verordening (EG) nr. 802/2004, Opschorting van de termijnen
1. De in artikel 9, lid 4, en artikel 10, leden 1 en 3, van Verordening (EG) nr. 139/2004 bedoelde termijnen worden opgeschort indien de Commissie overeenkomstig artikel 11, lid 3, of artikel 13, lid 4, van die verordening om een van de volgende redenen een beschikking moet geven:
a) de inlichtingen waarom de Commissie overeenkomstig artikel 11, lid 2, van Verordening (EG) nr. 139/2004 een van de aanmeldende partijen of een andere betrokkene, zoals omschreven in artikel 11 van deze verordening, heeft verzocht, worden niet of niet volledig binnen de door de Commissie gestelde termijn verstrekt;
b) de inlichtingen waarom de Commissie overeenkomstig artikel 11, lid 2, van Verordening (EG) nr. 139/2004 een derde, zoals omschreven in artikel 11 van deze verordening, heeft verzocht, worden niet of niet volledig binnen de door de Commissie gestelde termijn verstrekt wegens omstandigheden waarvoor een van de aanmeldende partijen of een andere betrokkene, zoals omschreven in artikel 11 van deze verordening, verantwoordelijk is;
c) een van de aanmeldende partijen of een andere betrokkene, zoals omschreven in artikel 11 van deze verordening, heeft geweigerd zich aan een door de Commissie noodzakelijk geachte inspectie op grond van artikel 13, lid 1, van Verordening (EG) nr. 139/2004 te onderwerpen of overeenkomstig artikel 13, lid 2, van die verordening daaraan mee te werken;
d) de aanmeldende partijen hebben verzuimd de Commissie in kennis te stellen van belangrijke wijzigingen in de in de aanmelding vermelde feiten, of van nieuwe informatie van het in artikel 5, lid 3, van deze Verordening bedoelde soort.
2. De in artikel 9, lid 4, en artikel 10, leden 1 en 3, van Verordening (EG) nr. 139/2004 bedoelde termijnen worden opgeschort indien de Commissie overeenkomstig artikel 11, lid 3, van die verordening een beschikking moet geven, zonder eerst een eenvoudig verzoek om inlichtingen te doen, door omstandigheden die een der bij de concentratie betrokken ondernemingen kunnen worden toegerekend.
3. De in artikel 9, lid 4, en artikel 10, leden 1 en 3, van Verordening (EG) nr. 139/2004 bedoelde termijnen worden opgeschort:
a) in de in lid 1, onder a) en b), bedoelde gevallen, voor de periode begrepen tussen het verstrijken van de in het eenvoudige verzoek om inlichtingen gestelde termijn en de ontvangst van de bij beschikking verlangde volledige en juiste inlichtingen;
b) in het in lid 1, onder c), bedoelde geval, voor de periode begrepen tussen de vergeefse poging de inspectie uit te voeren en de voltooiing van de bij beschikking gelaste inspectie;
c) in het in lid 1, onder d), bedoelde geval, voor de periode begrepen tussen het tijdstip waarop zich de wijziging in de aldaar bedoelde feiten voordoet, en de ontvangst van de volledige en juiste inlichtingen.
d) in de in lid 2 bedoelde gevallen, voor de periode begrepen tussen het verstrijken van de in de beschikking gestelde termijn en de ontvangst van de bij beschikking verlangde volledige en juiste inlichtingen.
4. De opschorting van de termijn gaat in op de werkdag, volgende op die waarop de gebeurtenis die tot de opschorting leidde, zich heeft voorgedaan. Zij verstrijkt op het einde van de dag waarop de reden voor de opschorting is weggevallen. Wanneer deze laatste dag geen werkdag is, verstrijkt de opschorting van de termijn op het einde van de eerstvolgende werkdag.