Art. 71 Verordening (EG) nr. 796/2004, Cumulatie van kortingen
1. Indien een geval van niet-naleving tevens een onregelmatigheid betekent en daardoor relevant is met het oog op de toepassing van kortingen of uitsluitingen overeenkomstig de hoofdstukken I en II van titel IV, geldt het volgende:
a) de kortingen of uitsluitingen overeenkomstig hoofdstuk I van titel IV worden toegepast ten aanzien van de betrokken steunregelingen;
b) de kortingen en uitsluitingen overeenkomstig hoofdstuk II van titel IV worden toegepast op het totale bedrag van de betalingen die moeten worden toegekend in het kader van de bedrijfstoeslagregeling en alle steunregelingen waarvoor geen onder a) bedoelde kortingen of uitsluitingen worden toegepast.
2. Indien verscheidene kortingen moeten worden toegepast in verband met de modulatie, niet-nalevingen en onregelmatigheden, berekent de bevoegde autoriteit de kortingen als volgt, in voorkomend geval met inachtneming van lid 1:
a) in de eerste plaats worden de in artikel 10 van Verordening (EG) nr. 1782/2003 bedoelde verlagingen toegepast;
b) in de tweede plaats wordt het aldus verkregen steunbedrag waarop de landbouwer aanspraak zou kunnen maken, verlaagd met de kortingen overeenkomstig hoofdstuk I van titel IV van de onderhavige verordening;
c) in de derde plaats dient het aldus verkregen bedrag als basis voor de berekening van de kortingen die eventueel overeenkomstig artikel 21 van de onderhavige verordening moeten worden toegepast wegens te late indiening van de aanvraag;
d) in de vierde plaats wordt het aldus verkregen bedrag verlaagd met de eventuele kortingen overeenkomstig hoofdstuk II van titel IV van de onderhavige verordening.
3. Onder voorbehoud van artikel 6 van Verordening (EG) nr. 2988/95 van de Raad (20) gelden de in de onderhavige verordening bepaalde kortingen en uitsluitingen onverminderd verdere sancties op grond van andere bepalingen van communautair of nationaal recht.