Art. 15 Verordening (EG) nr. 550/2004, Algemene beginselen

Verordening (EG) nr. 550/2004

1. Het heffingenstelsel is gebaseerd op de berekening van de kosten die de verleners van luchtvaartnavigatiediensten ten behoeve van luchtruimgebruikers moeten maken. Het stelsel wijst deze kosten toe aan categorieën gebruikers.

2. De volgende beginselen worden toegepast bij het vaststellen van de kostenbasis voor de heffingen:

a) de onder luchtruimgebruikers te verdelen kosten zijn de volledige kosten van de verlening van luchtvaartnavigatiediensten, met inbegrip van passende bedragen voor rente op kapitaalinvesteringen en afschrijving van activa, alsmede van de kosten van onderhoud, exploitatie, beheer en administratie;

b) de kosten die in dit verband moeten worden meegenomen, zijn die welke geraamd zijn voor de faciliteiten en diensten die zijn voorzien en worden uitgevoerd in het kader van het ICAO Regional Air Navigation Plan, Europese regio. Hieronder kunnen ook de kosten vallen van de nationale toezichthoudende instanties en/of erkende organisaties, alsmede andere kosten die door de betrokken lidstaat en dienstverlener zijn gemaakt voor het verlenen van luchtvaartnavigatiediensten;

c) de kosten van de verschillende luchtvaartnavigatiediensten moeten apart worden aangeduid, zoals bepaald in artikel 12, lid 3;

d) kruissubsidiëring tussen verschillende luchtvaartnavigatiediensten is toegestaan alleen wanneer zij door objectieve redenen gerechtvaardigd is en moet duidelijk kenbaar worden gemaakt;

e) de transparantie van de kostenbasis voor de heffingen moet worden gegarandeerd. Uitvoeringsmaatregelen worden vastgesteld voor de verstrekking door de dienstverleners van informatie, met behulp waarvan de prognoses, werkelijke kosten en inkomsten van een dienstverlener kunnen worden beoordeeld. Er moet regelmatig informatie worden uitgewisseld tussen de nationale toezichthoudende instanties, dienstverleners, luchtruimgebruikers, de Commissie en Eurocontrol.

3. Onverminderd de Eurocontrolregeling inzake "en route"-heffingen, voldoen lidstaten bij de vaststelling van heffingen overeenkomstig lid 2 aan de volgende beginselen:

a) heffingen voor de beschikbaarheid van luchtvaartnavigatiediensten worden vastgesteld onder niet-discriminatoire voorwaarden. Bij het opleggen van heffingen aan de verschillende luchtruimgebruikers voor het gebruik van dezelfde dienst mag geen onderscheid worden gemaakt op grond van nationaliteit of categorie luchtruimgebruiker;

b) vrijstelling van bepaalde gebruikers, met name lichte luchtvaartuigen en staatsluchtvaartuigen, kan worden toegestaan, mits de kosten van een dergelijke vrijstelling niet op andere gebruikers worden afgewenteld;

c) luchtvaartnavigatiediensten mogen voldoende inkomsten genereren die alle directe en indirecte bedrijfskosten te boven gaan en die voorzien in een redelijk rendement van het kapitaal, zodat kan worden bijgedragen aan noodzakelijke verbeteringen van kapitaal;

d) heffingen geven de kosten weer die zijn verbonden aan de luchtvaartnavigatiediensten en aan faciliteiten die aan de luchtruimgebruikers ter beschikking worden gesteld, rekening houdend met het draagkrachtprincipe dat voor de verschillende betrokken typen luchtvaartuigen geldt;

e) heffingen moeten de veilige, doeltreffende en daadwerkelijke verlening van luchtvaartnavigatiediensten bevorderen met het oog op een hoog veiligheidsniveau en kosteneffectiviteit en vormen een stimulans voor geïntegreerde dienstverlening. Daartoe kunnen deze heffingen worden gebruikt om te voorzien in:

- mechanismen, met inbegrip van prikkels in de vorm van financiële voor- en nadelen, om verleners van luchtvaartnavigatiediensten en/of luchtruimgebruikers te stimuleren om verbeteringen in de regeling van de luchtverkeersstromen, zoals capaciteitsvergroting en terugdringing van vertragingen, te ondersteunen, onder gelijktijdige handhaving van een optimaal veiligheidsniveau. Elke lidstaat blijft zelf volledig verantwoordelijk voor het besluit of dergelijke mechanismen al dan niet zullen worden toegepast,

- inkomsten ten behoeve van projecten die beogen specifieke categorieën luchtruimgebruikers en/of verleners van luchtvaartnavigatiediensten bij te staan teneinde collectieve luchtvaartnavigatie-infrastructuren, de verlening van de luchtvaartnavigatiediensten en het gebruik van het luchtruim te verbeteren.

4. De uitvoeringsmaatregelen op de onder de leden 1, 2 en 3 vallende gebieden worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 8 van de kaderverordening.

Vorige artikelen

Volgende artikelen