Art. 15 Verordening (EG) nr. 139/2004, Dwangsommen
1. De Commissie kan bij beschikking aan de in artikel 3, lid 1, onder b), bedoelde personen, aan ondernemingen of aan ondernemersverenigingen dwangsommen opleggen van ten hoogste 5 % van de gemiddelde dagelijkse gezamenlijke omzet van de betrokken ondernemingen en ondernemersverenigingen, zoals bedoeld in artikel 5, voor elke werkdag waarmee de in haar beschikking vastgestelde termijn wordt overschreden, teneinde hen te dwingen:
a) in antwoord op een overeenkomstig artikel 11, lid 3, bij beschikking gedaan verzoek volledige en juiste inlichtingen te verstrekken;
b) zich aan een overeenkomstig artikel 13, lid 4, bij beschikking gelaste inspectie te onderwerpen;
c) een verplichting na te komen die is opgelegd bij een krachtens artikel 6, lid 1, onder b), artikel 7, lid 3, of artikel 8, lid 2, tweede alinea, gegeven beschikking, of
d) maatregelen toe te passen die zijn opgelegd bij een krachtens artikel 8, lid 4 of lid 5, gegeven beschikking.
2. Wanneer de in artikel 3, lid 1, onder b), bedoelde personen, ondernemingen of ondernemersverenigingen de verplichting zijn nagekomen voor welker nakoming de dwangsom was opgelegd, kan de Commissie de definitieve dwangsom vaststellen op een bedrag dat lager is dan het bedrag dat uit de oorspronkelijke beschikking zou voortvloeien.