Art. 14, Technische ondersteuning in de landbouwsector
1. Steun is verenigbaar met de gemeenschappelijke markt in de zin van artikel 87, lid 3, onder c), van het Verdrag en vrijgesteld van de aanmeldingsverplichting van artikel 88, lid 3, van het Verdrag, indien hij voor de in lid 2 genoemde in aanmerking komende kosten wordt toegekend en aan de in de leden 3, 4 en 5 vastgestelde voorwaarden voldoet.
2. Steun mag worden toegekend ter dekking van de volgende in aanmerking komende kosten:
a) in verband met onderwijs en opleiding voor landbouwers en bedrijfsmedewerkers:
i) kosten die met het organiseren van het opleidingsprogramma zijn gemoeid,
ii) reis- en verblijfkosten van de deelnemers,
iii) kosten van vervangende diensten tijdens de afwezigheid van de landbouwer of een bedrijfsmedewerker;
b) in verband met bedrijfsbeheersdiensten en bedrijfsvervangingsdiensten, de werkelijke kosten van de vervanging van de landbouwer, de partner van de landbouwer of een bedrijfsmedewerker, tijdens ziekte of vakantie;
c) in verband met adviesdiensten, de kosten van diensten die niet van permanente of periodieke aard zijn en niet tot de gewone bedrijfsuitgaven van de onderneming behoren, zoals routinematig belastingadvies, regelmatige dienstverlening op juridisch gebied of reclame;
d) in verband met de organisatie van en deelname aan wedstrijden, tentoonstellingen en vakbeurzen:
i) kosten van deelneming,
ii) reiskosten,
iii) kosten van publicaties,
iv) de huur van expositieruimte.
3. Het totale bedrag van de overeenkomstig lid 2 toegekende overheidssteun mag per driejarige periode en per begunstigde nooit meer bedragen dan 100000 EUR of 50 % van de in aanmerking komende kosten, als dat meer is. Voor de berekening van het steunbedrag wordt de begunstigde geacht de ontvanger van de technische ondersteuning te zijn.
4. Dergelijke steun moet beschikbaar zijn voor al degenen die in het betrokken gebied op grond van objectief bepaalde voorwaarden daarvoor in aanmerking komen. Indien de betrokken technische ondersteuning door producentengroeperingen of andere landbouworganisaties voor onderlinge hulpverlening worden verricht, mag het lidmaatschap van dergelijke organisaties geen voorwaarde zijn om toegang tot dergelijke diensten te krijgen. Eventuele bijdragen van niet-leden in de administratieve kosten van de betrokken groepering of organisatie dienen tot de kosten van de dienstverrichting beperkt te blijven.
5. Wanneer de begunstigde niet vrij is in de keuze van de dienstverlener, moet die dienstverlener volgens de marktbeginselen worden geselecteerd en bezoldigd zonder dat er sprake is van discriminatie en zo nodig via aanbestedingsprocedures die in overeenstemming zijn met de communautaire wetgeving, waarbij in ieder geval in voldoende mate is geadverteerd om ervoor te zorgen dat de dienstenmarkt openstaat voor concurrentie en dat de onpartijdigheid van de aanbestedingsprocedures kan worden getoetst.