Art. 18 Richtlijn 2004/35/EG, Verslagen en evaluatie

Richtlijn 2004/35/EG

1. De lidstaten brengen uiterlijk op 30 april 2013 verslag uit aan de Commissie over de bij de toepassing van deze richtlijn opgedane ervaring. De verslagen bevatten de in bijlage VI genoemde informatie en gegevens.

2. Op basis daarvan dient de Commissie vóór 30 april 2014 een verslag in bij het Europees Parlement en de Raad, eventueel vergezeld van passende wijzigingsvoorstellen.

3. Het in lid 2 bedoelde verslag omvat een beoordeling van:

a) de toepassing van:

- artikel 4, leden 2 en 4, wat betreft de uitsluiting van de werkingssfeer van deze richtlijn van onder de internationale instrumenten in de bijlagen IV en V vallende verontreinigingen, en

- artikel 4, lid 3, wat betreft het recht van een exploitant om overeenkomstig de internationale overeenkomsten als bedoeld in artikel 4, lid 3 zijn aansprakelijkheid te beperken.

De Commissie houdt rekening met de ervaringen die zijn opgedaan in het kader van de relevante internationale fora, zoals de IMO en Euratom, en van de relevante internationale overeenkomsten, alsmede met de mate waarin deze instrumenten door de lidstaten zijn omgezet en/of gewijzigd, rekening houdend met alle relevante gevallen van milieuschade als gevolg van dergelijke activiteiten en de getroffen herstelmaatregelen, en de verschillen tussen de aansprakelijkheidsniveau's in de lidstaten, en met inachtneming van de verhouding tussen de aansprakelijkheid van reders en de bijdragen van olieafnemers, naar behoren rekening houdend met relevante studies van het Internationaal Compensatiefonds voor verontreiniging door olie (I.O.P.C.);

b) de toepassing van de richtlijn op door genetisch gemodificeerde organismen (GGO's) veroorzaakte milieuschade, met name in het licht van de ervaringen binnen relevante internationale fora en overeenkomsten, zoals het Verdrag inzake biologische diversiteit en het Protocol van Cartagena inzake bioveiligheid, alsmede de resultaten van eventuele incidenten met door GGO's veroorzaakte milieuschade;

c) de toepassing van de richtlijn ten aanzien van beschermde soorten en natuurlijke habitats;

d) de instrumenten die eventueel in aanmerking komen om te worden opgenomen in de bijlagen III, IV en V.