Art. 63 Richtlijn 2004/18/EG, Regels voor de bekendmaking: drempel en uitzonderingen

Richtlijn 2004/18/EG

1. De lidstaten nemen de nodige maatregelen opdat de houders van een concessie voor openbare werken die zelf geen aanbestedende dienst zijn bij de plaatsing van opdrachten voor werken bij derden de in artikel 64 bepaalde regels voor de bekendmaking toepassen, wanneer de waarde van deze opdrachten EUR 6 242 000 of meer bedraagt.

Bekendmaking is echter niet vereist wanneer een opdracht voor werken aan de in artikel 31 genoemde voorwaarden voldoet.

De waarde van de opdrachten wordt berekend volgens de in artikel 9 bepaalde regels inzake overheidsopdrachten voor werken.

2. Als derden worden niet beschouwd ondernemingen die een combinatie hebben gevormd om de concessie te verwerven, of met deze ondernemingen verbonden ondernemingen.

Onder „verbonden onderneming” wordt verstaan, elke onderneming waarop de concessiehouder direct of indirect een overheersende invloed kan uitoefenen, of elke onderneming die een overheersende invloed kan uitoefenen op de concessiehouder of die, tezamen met de concessiehouder, onderworpen is aan de overheersende invloed van een andere onderneming uit hoofde van eigendom, financiële deelneming of op haar van toepassing zijnde voorschriften. Het vermoeden van overheersende invloed bestaat wanneer een onderneming, direct of indirect, ten opzichte van een andere onderneming:

a) de meerderheid van het geplaatste kapitaal van de onderneming bezit, of

b) beschikt over de meerderheid van de stemmen die verbonden zijn aan de door de onderneming uitgegeven aandelen, of

c) meer dan de helft van de leden van het bestuursorgaan, het leidinggevend of het toezichthoudend orgaan van de onderneming kan benoemen.

Bij de inschrijving voor de concessie moet een limitatieve lijst van deze ondernemingen worden gevoegd. Deze lijst wordt bijgewerkt naar gelang van latere wijzigingen in de bindingen tussen de ondernemingen.