Art. 30 Richtlijn 2004/17/EG, Procedure om te bepalen of een specifieke activiteit rechtstreeks aan mededinging blootgesteld is

Richtlijn 2004/17/EG

1. De richtlijn is niet van toepassing op de opdrachten voor de in de artikelen 3 tot en met 7 bedoelde activiteiten indien de activiteit in de lidstaat waar zij wordt uitgeoefend rechtstreeks aan mededinging blootstaat op marktgebieden tot welke de toegang niet beperkt is.

2. Voor de toepassing van lid 1 dient, om na te gaan of een activiteit rechtstreeks aan mededinging blootstaat, te worden uitgegaan van criteria die in overeenstemming zijn met de mededingingsbepalingen van het Verdrag zoals de kenmerken van de desbetreffende goederen of diensten, het voorhanden zijn van alternatieve goederen of diensten, de prijzen en de werkelijke of mogelijke aanwezigheid van meer dan één leverancier van de betrokken goederen of diensten.

3. Voor de toepassing van lid 1, wordt de toegang tot een markt als niet-beperkt beschouwd indien de lidstaat de bepalingen van de in bijlage XI vermelde communautaire wetgeving ten uitvoer heeft gelegd en heeft toegepast.

Wanneer op grond van de vorige alinea niet van vrije toegang tot een markt kan worden uitgegaan, moet worden aangetoond dat de toegang tot de betrokken markt rechtens en feitelijk vrij is.

4. Wanneer een lidstaat van mening is dat met naleving van de leden 2 en 3, lid 1 van toepassing is op een specifieke activiteit, stelt hij de Commissie in kennis van dat besluit en van alle terzake dienende feiten, en met name van elke wet, voorschrift of bestuursrechtelijke bepaling of overeenkomst betreffende de overeenstemming met de in lid 1 vermelde voorwaarden, in voorkomend geval samen met het standpunt van een onafhankelijke nationale instantie die bevoegd is voor de betrokken activiteit.

De richtlijn is niet langer van toepassing op de opdrachten voor het uitvoeren van een bepaalde activiteit indien:

- de Commissie overeenkomstig lid 6 en binnen de daarin bepaalde termijn een besluit heeft genomen dat bepaalt dat lid 1 van toepassing is, of

- binnen genoemde termijn geen besluit over de toepassing heeft genomen.

Indien evenwel op basis van lid 3, eerste alinea, van vrije toegang tot een bepaalde markt wordt uitgegaan, en indien een onafhankelijke nationale instantie die bevoegd is voor de betrokken activiteit, heeft bepaald dat lid 1 van toepassing is, is de richtlijn niet langer van toepassing op de opdrachten voor het uitvoeren van de bepaalde activiteit indien de Commissie niet overeenkomstig lid 6 en binnen de daarin bepaalde termijn een besluit heeft genomen dat bepaalt dat lid 1 niet van toepassing is.

5. Wanneer de wetgeving van de betrokken lidstaat daarin voorziet kunnen de aanbestedende diensten de Commissie verzoeken te bepalen dat lid 1 van toepassing is overeenkomstig lid 6. In dat geval stelt de Commissie de betrokken lidstaat daarvan onverwijld in kennis.

De lidstaat stelt de Commissie, rekening houdende met de leden 2 en 3, in kennis van alle terzake dienende feiten, en met name van elke wet, voorschrift of bestuursrechtelijke bepaling of overeenkomst betreffende de overeenstemming met de in lid 1 vermelde voorwaarden, in voorkomend geval samen met het standpunt van een onafhankelijke nationale instantie die bevoegd is voor de betrokken activiteit.

De Commissie kan ook besluiten de procedure voor het nemen van een besluit dat bepaalt dat artikel 1 van toepassing is, op eigen initiatief in te leiden. In dat geval stelt de Commissie de betrokken lidstaat daarvan onverwijld in kennis.

Wanneer de Commissie na het verstrijken van de in lid 6 bepaalde termijn geen besluit betreffende de toepassing van lid 1 op een specifieke activiteit heeft genomen, wordt lid 1 geacht van toepassing te zijn.

6. Voor het nemen van een besluit uit hoofde van dit artikel, volgens de procedure van artikel 65, lid 2, beschikt de Commissie over een termijn van drie maanden, te rekenen vanaf de eerste werkdag volgende op de dag waarop zij een kennisgeving of het verzoek ontvangt. Deze termijn kan in naar behoren gemotiveerde gevallen, eenmaal met maximaal drie maanden worden verlengd, met name wanneer de gegevens in de kennisgeving of het verzoek of in de bijbehorende documenten onvolledig of onjuist zijn of wanneer de vermelde feiten belangrijke wijzigingen ondergaan. Deze verlenging wordt beperkt tot een maand indien een onafhankelijke nationale instantie die bevoegd is voor de betrokken activiteit, heeft bepaald dat lid 1 van toepassing is, in de in lid 4, derde alinea, bedoelde gevallen.

Wanneer voor een activiteit in een bepaalde lidstaat reeds een procedure op grond van dit artikel loopt, worden latere verzoeken betreffende dezelfde activiteit in dezelfde lidstaat die worden ingediend vóór het verstrijken van de termijn die is geopend voor het eerste verzoek, niet beschouwd als nieuwe procedures, maar worden zij in het kader van het eerste verzoek behandeld.

De Commissie stelt de praktische regels voor de toepassing van de leden 4, 5 en 6 vast volgens de procedure van artikel 65, lid 2.

Deze praktische regels omvatten ten minste:

a) de bekendmaking in het Publicatieblad, ter informatie, van de datum waarop de in lid 1 bedoelde termijn van drie maanden begint te lopen, en wanneer deze termijn wordt verlengd, de datum en de duur van de verlenging;

b) de bekendmaking van de eventuele toepassing van lid 1 overeenkomstig lid 4, tweede of derde alinea, of overeenkomstig lid 5, vierde alinea, en

c) de regelingen voor de toezending van eventuele standpunten van een onafhankelijke instantie die bevoegd is voor de betrokken activiteit, over vraagstukken die ten aanzien van de leden 1 en 2 relevant zijn.

Uitspraken die dit artikel aanhalen

Vorige artikelen

Volgende artikelen