Art. 17 Richtlijn 2004/17/EG, Methoden voor de berekening van de geraamde waarde van opdrachten,raamovereenkomsten en dynamische aankoopsystemen

Richtlijn 2004/17/EG

1. De berekening van de geraamde waarde van een opdracht is gebaseerd op het totale bedrag, exclusief BTW, zoals geraamd door de aanbestedende dienst. Bij deze berekening wordt rekening gehouden met het geraamde totaalbedrag, met inbegrip van de eventuele opties en eventuele verlengingen van de overeenkomst.

Wanneer de aanbestedende dienst voorziet in premies of uitkeringen aan gegadigden of inschrijvers, berekent zij deze door in de geraamde waarde van de opdracht.

2. De aanbestedende diensten mogen de toepassing van deze richtlijn niet omzeilen door voorgenomen werken of voorgenomen aankopen ter verkrijging van bepaalde hoeveelheden leveringen en/of diensten te splitsen of bijzondere regels te gebruiken voor de berekening van de geraamde waarde van de opdrachten.

3. Bij de berekening van de geraamde waarde van een raamovereenkomst of een dynamisch aankoopsysteem moet worden uitgegaan van de geraamde maximale waarde, exclusief BTW, van alle voor de totale duur van de overeenkomst voorgenomen opdrachten.

4. Voor de toepassing van artikel 16, houden de aanbestedende diensten bij de bepaling van de geraamde waarde van opdrachten voor de uitvoering van werken rekening met de waarde van het werk en van alle leveringen of diensten die voor de uitvoering van het werk noodzakelijk zijn en door de aanbestedende diensten ter beschikking van de aannemer worden gesteld.

5. De waarde van leveringen of diensten die niet noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bepaalde opdracht voor de uitvoering van werken, mag niet bij de waarde van deze opdrachten worden opgeteld met als gevolg dat de verkrijging van deze leveringen of van deze diensten aan de toepassing van deze richtlijn wordt onttrokken.

6. a) Wanneer een voorgenomen werk of een voorgenomen aankoop van diensten aanleiding kan geven tot opdrachten die gelijktijdig in afzonderlijke percelen worden geplaatst, moet de geraamde totale waarde van deze percelen als grondslag worden genomen.

Wanneer de samengetelde waarde van de percelen gelijk is aan of groter is dan het in artikel 16 vermelde drempelbedrag, is de richtlijn op de opdrachten voor alle percelen van toepassing.

De aanbestedende diensten mogen van de toepassing van de richtlijn afwijken voor percelen waarvan de geraamde waarde, exclusief BTW, minder dan 80000 euro bedraagt voor diensten en 1 miljoen euro voor werken, mits het samengetelde bedrag van de percelen niet meer dan 20% van de totale waarde van alle percelen beloopt.

b) Wanneer een voorgenomen verkrijging van homogene leveringen aanleiding kan geven tot opdrachten die gelijktijdig in afzonderlijke percelen worden geplaatst, moet de geraamde totale waarde van deze percelen als grondslag worden genomen voor de toepassing van artikel 16.

Wanneer de samengetelde waarde van de percelen gelijk is aan of groter is dan het in artikel 16 bepaalde drempelbedrag, is de richtlijn van toepassing op de plaatsing van elk perceel.

De aanbestedende diensten mogen van de toepassing van de richtlijn afwijken voor percelen waarvan de geraamde waarde, exclusief BTW, minder dan 80000 euro bedraagt, mits het samengetelde bedrag van de percelen in kwestie niet meer dan 20% van de totale waarde van alle percelen beloopt.

7. In het geval van opdrachten voor leveringen of diensten die met een zekere regelmaat worden verleend of die bestemd zijn om gedurende een bepaalde periode te worden hernieuwd, moet voor de berekening van de geraamde waarde van de opdracht de volgende grondslag worden genomen:

a) de totale reële waarde van de tijdens het voorafgaande boekjaar of tijdens de voorafgaande twaalf maanden geplaatste soortgelijke opeenvolgende opdrachten, indien mogelijk gecorrigeerd voor verwachte wijzigingen in hoeveelheid of waarde gedurende de twaalf maanden volgende op de eerste opdracht, of

b) de geraamde totale waarde van de opeenvolgende opdrachten over de twaalf maanden volgende op de eerste levering of over het boekjaar, indien dit zich over meer dan twaalf maanden uitstrekt.

8. De waarde van een opdracht voor zowel het uitvoeren van diensten als leveringen moet worden geraamd op basis van de totale waarde van de diensten en de leveringen, ongeacht het respectieve aandeel ervan. Deze raming omvat de waarde van de plaatsing en installatie.

9. In het geval van opdrachten voor leveringen die betrekking hebben op leasing, huur, of huurkoop van producten wordt de waarde van de opdracht op de volgende grondslag geraamd:

a) bij opdrachten met een vaste looptijd, de totale geraamde waarde voor de gehele looptijd wanneer die ten hoogste twaalf maanden bedraagt, dan wel de totale waarde wanneer de looptijd meer dan twaalf maanden bedraagt, met inbegrip van de geraamde restwaarde;

b) bij opdrachten voor onbepaalde duur of waarvan de looptijd niet kan worden bepaald, het maandelijks te betalen bedrag vermenigvuldigd met 48.

10. Voor de berekening van het geraamde bedrag van opdrachten voor diensten worden, indien van toepassing, de volgende bedragen in aanmerking genomen:

a) voor verzekeringsdiensten, de te betalen premie, en andere vormen van beloning;

b) voor bankdiensten en andere financiële diensten, de honoraria, de provisies en rente, alsmede andere vormen van beloning,

c) voor opdrachten die een ontwerp inhouden, de te betalen honoraria of provisies, en andere vormen van beloning.

11. In geval van opdrachten voor diensten zonder opgave van een totale prijs, wordt het geraamde bedrag van de opdracht op de volgende grondslag berekend:

a) bij opdrachten met een vaste looptijd die gelijk is aan of korter dan 48 maanden, de totale waarde voor de gehele looptijd,

b) bij opdrachten voor onbepaalde duur of waarvan de looptijd langer is dan 48 maanden, het maandelijks te betalen bedrag vermenigvuldigd met 48.

Afdeling 2

Opdrachten en concessieovereenkomsten alsmede onder een bijzondere regeling vallende opdrachten

Uitspraken die dit artikel aanhalen

Vorige artikelen

Volgende artikelen