Art. 13, Vermelding van het houderijsysteem

1. Op eieren en verpakkingen daarvan mogen:

- voor het vermelden van het houderijsysteem als bedoeld in artikel 7 en in artikel 10, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 1907/90, alleen de vermeldingen van bijlage II worden gebruikt, zij het steeds op voorwaarde dat aan de voorwaarden van bijlage III is voldaan,

- voor het vermelden van het biologische houderijsysteem als bedoeld in Verordening (EEG) nr. 2092/91, uitsluitend de codes in punt 2.1 van de bijlage bij Richtlijn 2002/4/EG en de vermeldingen in artikel 2 van Verordening (EEG) nr. 2092/91 worden gebruikt.

De in bijlage II opgenomen vermeldingen mogen worden aangevuld met vermeldingen betreffende de bijzondere kenmerken van het betrokken houderijsysteem.

Op de eieren mag naast deze vermeldingen het registratienummer van de producent worden vermeld.

2. Bij losse verkoop en bij verkoop van voorverpakte eieren mag de betekenis van het registratienummer van de producent worden toegelicht op de houder of in een aparte mededeling.

3. Op verpakkingen met eieren die bestemd zijn voor overeenkomstig Richtlijn 89/437/EEG erkende levensmiddelenbedrijven mogen de in lid 1 bedoelde vermeldingen worden aangebracht, voor zover de eieren afkomstig zijn van pluimveebedrijven die aan de desbetreffende voorschriften van bijlage III voldoen.

4. De bepalingen van lid 1 gelden onverminderd nationale technische maatregelen die verder reiken dan de in bijlage III vastgestelde minimumvoorwaarden en slechts van toepassing zijn voor de producenten van de betrokken lidstaat, voor zover de betrokken maatregelen verenigbaar zijn met het Gemeenschapsrecht en beantwoorden aan de gemeenschappelijke handelsnormen voor eieren.

Uitspraken die dit artikel aanhalen