Art. 31, Beslissing van de rechterlijke instantie

1. De rechterlijke instantie waarbij het verzoek is ingediend, doet daarover onverwijld uitspraak. Noch de persoon tegen wie de tenuitvoerlegging wordt gevraagd, noch het kind wordt in deze stand van de procedure in de gelegenheid gesteld te worden gehoord.

2. Het verzoek kan slechts om een van de in de artikelen 22, 23 en 24 genoemde redenen worden afgewezen.

3. In geen geval wordt de juistheid van de beslissing onderzocht.

Uitspraken die dit artikel aanhalen