Art. 3 Verordening (EG) nr. 1954/2003, Maatregelen betreffende de vangst van demersale soorten en bepaalde weekdieren en schaaldieren
Verordening (EG) nr. 1954/2003
1. Behalve voor het in artikel 6, lid 1, gedefinieerde gebied:
a) maken de lidstaten een raming van de visserijinspanning die door vaartuigen met een lengte over alles van 15 m of meer als jaarlijks gemiddelde van de periode 1998 tot en met 2002 is verricht in elk van de in artikel 1 genoemde ICES-deelgebieden en CECAF-sectoren voor de demersale visserij, met uitzondering van de demersale visserij die valt onder Verordening (EG) nr. 2347/2002 van de Raad van 16 december 2002 tot vaststelling van bijzondere voorwaarden voor de toegang tot diepzeebestanden en bij de visserij daarop in acht te nemen voorschriften(9), en de visserij van Sint-Jakobsschelp, Noordzeekrab en Europese spinkrab, overeenkomstig de bijlage bij deze verordening. Voor de berekening van de visserijinspanning moet de vangstcapaciteit van een vaartuig gemeten worden als het geïnstalleerd vermogen uitgedrukt in kilowatt (kW);
b) verdelen de lidstaten het overeenkomstig a) geraamde visserijinspanningsniveau in elk ICES-deelgebied en elke CECAF-sector over elk van de onder a) genoemde visserijtakken.
2. De in lid 1 bedoelde inspanningsregeling doet geen afbreuk aan de regelingen in de herstelplannen die de Raad kan aannemen.
3. Wanneer de Raad een herstelplan aanneemt dat beheer van de visserijinspanning in alle of een deel van de in artikel 1 genoemde deelgebieden of sectoren inhoudt, worden door middel van dit plan tegelijkertijd de noodzakelijk geachte wijzigingen in deze verordening aangebracht.
4. Uiterlijk op 31 december 2006 dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een evaluatieverslag over de uitvoering van de in lid 1 bedoelde inspanningsregeling in. Op basis van dit verslag neemt de Raad een besluit over eventuele noodzakelijke wijzigingen in deze regeling.