Art. 12 Verordening (EG) nr. 1954/2003, Aanpassingen

Verordening (EG) nr. 1954/2003

1. Op verzoek van een lidstaat kan de Commissie het op grond van artikel 11, lid 2 of 3, bepaalde maximale jaarlijkse visserijinspanningsniveau aanpassen, hetzij door een verhoging van het maximale visserijinspanningsniveau in een bepaald gebied, hetzij door een verschuiving van de visserijinspanning tussen deelgebieden of sectoren, zodat de betrokken lidstaat zijn vangstmogelijkheden volledig kan benutten voor soorten waarvoor totaal toegestane vangsten (TAC's) gelden of zich kan richten op een visserijtak waarvoor dergelijke beperkingen niet gelden. Bij het indienen van een dergelijk verzoek verstrekt de lidstaat informatie over het niet volledig benutten van quota, alsmede, in het geval van bestanden waarvoor geen TAC's gelden, wetenschappelijke informatie over de situatie van het bestand. De Commissie besluit, volgens de procedure van artikel 30, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2371/2002, binnen een maand na ontvangst van het verzoek.

2. De betrokken lidstaten passen de in artikel 11 bedoelde maximale visserijinspanning aan, waarbij zij rekening houden met de overeenkomstig artikel 20, lid 5, van Verordening (EG) nr. 2371/2002 verrichte quota-uitwisselingen en met de overeenkomstig artikel 23, lid 4, van Verordening (EG) nr. 2371/2002 alsmede artikel 21, lid 4, artikel 23, lid 1, en artikel 32, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 2847/93 vastgestelde herverdelingen en/of kortingen, in overeenstemming met lid 3 van dit artikel.

3. Als de lidstaten besluiten alle hun toegewezen vangstmogelijkheden of een deel daarvan uit te wisselen, stellen zij de Commissie in kennis van de overeengekomen uitwisseling, niet alleen uitgedrukt in vangstquota, maar ook in de door hen onderling overeengekomen visserijinspanning.

In geval van herverdelingen en/of kortingen op quota, stellen de lidstaten de Commissie in kennis van de met deze herverdeling en/of kortingen overeenkomende visserijinspanning.

Vorige artikelen

Volgende artikelen