Art. 41 Verordening (EG) nr. 1798/2003
Verordening (EG) nr. 1798/2003
1. De in enigerlei vorm uit hoofde van deze verordening verstrekte inlichtingen vallen onder de geheimhoudingsplicht en genieten de bescherming waarin voor soortgelijke inlichtingen wordt voorzien bij de nationale wetgeving van de ontvangende lidstaat en bij de overeenkomstige bepalingen die voor de communautaire instanties gelden.
Dergelijke inlichtingen mogen worden gebruikt voor de vaststelling van de grondslag, de inning of de administratieve controle van de belastingen.
Deze inlichtingen kunnen bovendien worden gebruikt om andere heffingen, rechten en belastingen vast te stellen die vallen onder artikel 2 van Richtlijn 76/308/EEG van de Raad van 15 maart 1976 betreffende de wederzijdse bijstand inzake de invordering van schuldvorderingen die voortvloeien uit bepaalde bijdragen, rechten en belastingen, alsmede uit andere maatregelen(10).
Deze inlichtingen kunnen tevens worden gebruikt in tot de eventuele toepassing van sancties leidende gerechtelijke procedures die worden ingesteld in verband met inbreuken op de belastingwetgeving, onverminderd de algemene regels en de wettelijke bepalingen betreffende de rechten van verdachten en getuigen in deze procedures.
2. Personen die daartoe zijn gemachtigd door de instantie voor veiligheidsaccreditatie (IVA) van de Europese Commissie mogen alleen toegang hebben tot deze inlichtingen voorzover dat nodig is voor het onderhoud en de uitbouw van het CCN/CSI-netwerk.
3. In afwijking van lid 1 staat de bevoegde autoriteit van de lidstaat die de inlichtingen verstrekt toe, dat deze inlichtingen in de lidstaat van de verzoekende autoriteit ook voor andere doeleinden worden gebruikt, indien de wetgeving van de lidstaat van de aangezochte autoriteit het gebruik van de inlichtingen voor soortgelijke doeleinden toestaat.
4. Wanneer de verzoekende autoriteit van mening is dat inlichtingen die zij van de aangezochte autoriteit heeft ontvangen, van nut kunnen zijn voor de bevoegde autoriteit van een derde lidstaat, kan zij de inlichtingen aan deze autoriteit doorgeven. Zij stelt de aangezochte autoriteit daarvan vooraf in kennis. De aangezochte autoriteit kan het doorgeven van de inlichtingen aan een derde lidstaat verbinden aan de voorwaarde dat zij daarmee vooraf moet instemmen.
5. Voor de juiste toepassing van deze verordening beperken de lidstaten de reikwijdte van de verplichtingen en rechten neergelegd in artikel 10, artikel 11, lid 1, en de artikelen 12 en 21 van Richtlijn 95/46/EG, voorzover dit noodzakelijk is om de in artikel 13, onder e), van die richtlijn bedoelde belangen te vrijwaren.