Art. 27 Verordening (EG) nr. 1798/2003
Verordening (EG) nr. 1798/2003
1. Elke lidstaat houdt een elektronische gegevensbank bij waarin alle personen zijn opgenomen aan wie in de betrokken lidstaat een BTW-identificatienummer is toegekend.
2. De bevoegde autoriteit van een lidstaat kan te allen tijde, op basis van de overeenkomstig artikel 22 opgeslagen gegevens, rechtstreeks of door middel van toezending, bevestiging krijgen van de geldigheid van het BTW-identificatienummer waaronder een persoon een intracommunautaire levering van goederen of diensten heeft ontvangen of verricht.
Op specifiek verzoek deelt de aangezochte autoriteit tevens de datum mee waarop het BTW-identificatienummer is toegekend en, in voorkomend geval, de datum vanaf welke het BTW-nummer niet meer geldig is.
3. Op verzoek verstrekt de bevoegde autoriteit ook onverwijld de naam en het adres van de persoon aan wie het nummer is toegekend, mits die inlichtingen door de verzoekende autoriteit niet worden opgeslagen om deze eventueel op een later tijdstip te gebruiken.
4. De bevoegde autoriteiten van elke lidstaat zorgen ervoor dat de personen die bij intracommunautaire leveringen van goederen of diensten betrokken zijn, alsmede, voor de duur van de periode bepaald in artikel 4 van Richtlijn 2002/38/EG, de personen die de in artikel 9, lid 2, onder e), laatste streepje, van Richtlijn 77/388/EEG bedoelde diensten leveren, bevestiging kunnen krijgen van de geldigheid van een aan een welbepaalde persoon toegekend BTW-identificatienummer.
Gedurende de periode bepaald in artikel 4 van Richtlijn 2002/38/EG verstrekken de lidstaten deze gegevens met name langs elektronische weg, overeenkomstig de in artikel 44, lid 2, bedoelde procedure.
5. Wanneer de bevoegde autoriteiten van de lidstaten voor de toepassing van de leden 1 tot en met 4 inlichtingen in elektronische gegevensbanken opslaan en die inlichtingen langs elektronische weg uitwisselen, nemen zij de maatregelen die noodzakelijk zijn om naleving van artikel 41 te verzekeren.