Art. 95, Melkpremie

1. Van 2004 tot 2007 komen melkproducenten in aanmerking voor een melkpremie. De premie wordt verleend per kalenderjaar, per bedrijf en per ton individuele referentiehoeveelheid die in aanmerking komt voor de premie en op het bedrijf beschikbaar is.

2. Onverminderd lid 3 en onverminderd verlagingen als gevolg van de toepassing van lid 4, wordt de op 31 maart van het betrokken kalenderjaar op het bedrijf beschikbare individuele referentiehoeveelheid voor melk, uitgedrukt in ton, vermenigvuldigd met:

- 8,15 euro/ton voor het kalenderjaar 2004,

- 16,31 euro/ton voor het kalenderjaar 2005,

- 24,49 euro/ton voor de kalenderjaren 2006 en 2007 en, ingeval van toepassing van artikel 70, voor de daaropvolgende kalenderjaren.

3. Individuele referentiehoeveelheden die op 31 maart van het betrokken kalenderjaar overeenkomstig artikel 6 van Verordening (EEG) nr. 3950/92 van de Raad van 28 december 1992 tot instelling van een extra heffing in de sector melk en zuivelproducten(32) of artikel 16 van Verordening (EG) nr. 1788/2003 van de Raad van 29 september 2003 tot vaststelling van een heffing in de sector melk en zuivelproducten(33) tijdelijk zijn overgedragen, worden geacht voor dat kalenderjaar beschikbaar te zijn op het bedrijf van de overnemer.

4. Voor de toepassing van lid 2 geldt dat, indien op 31 maart van een kalenderjaar de som van alle individuele referentiehoeveelheden in een lidstaat groter is dan de som van de desbetreffende totale hoeveelheden voor die lidstaat die voor het tijdvak van 12 maanden 1999/2000 zijn vastgesteld in bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 3950/92, de betrokken lidstaat op basis van objectieve criteria de nodige maatregelen neemt om het totaal van de op zijn grondgebied voor premieverlening in aanmerking komende individuele referentiehoeveelheden dienovereenkomstig te verlagen.

Uitspraken die dit artikel aanhalen