Art. 60 Verordening (EG) nr. 1782/2003, Gebruik van de grond
Verordening (EG) nr. 1782/2003
1. Wanneer een lidstaat gebruikt maakt van de in artikel 59 geboden mogelijkheid, kunnen de landbouwers, in afwijking van artikel 51 en overeenkomstig het bepaalde in dit artikel, ook de percelen die zij overeenkomstig artikel 44, lid 3, hebben aangegeven gebruiken voor de productie van de producten bedoeld in artikel 1, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2200/96 en in artikel 1, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2201/96 en van aardappelen die niet bestemd zijn voor de vervaardiging van aardappelzetmeel en waarvoor geen steun wordt verleend uit hoofde van artikel 93, met uitzondering van blijvende teelten.
2. De lidstaat stelt het aantal hectaren vast dat volgens lid 1 mag worden gebruikt, door onder de regio's in de zin van artikel 58, lid 2, volgens objectieve criteria het gemiddelde aantal hectaren te verdelen dat op nationaal niveau tijdens de driejarige periode 2000-2002 gebruikt werd voor de productie van de in de eerste alinea bedoelde producten. Het gemiddelde aantal hectaren op nationaal respectievelijk regionaal niveau wordt door de Commissie vastgesteld volgens de procedure bedoeld in artikel 144, lid 2 aan de hand van door de lidstaten verstrekte gegevens.
3. Binnen de grenzen die lid 2 voor de betrokken regio stelt, mag een landbouwer worden toegestaan gebruik te maken van de in lid 1 geboden mogelijkheid:
a) tot het aantal hectaren dat hij in 2003 gebruikt heeft voor de productie van de in lid 1 bedoelde producten;
b) in geval van overeenkomstige toepassing van artikel 40 en artikel 42, lid 4, tot een aantal hectaren dat wordt vastgesteld op basis van objectieve criteria en op zodanige wijze dat een gelijke behandeling van de landbouwers wordt gewaarborgd en markt- en concurrentieverstoringen worden vermeden.
4. Op ten hoogste het na toepassing van lid 3 resterende aantal hectaren mag landbouwers worden toegestaan de in lid 1 bedoelde producten te produceren op een aantal hectaren dat verschilt van het aantal waarop lid 3 van toepassing is, en dat beperkt blijft tot het aantal hectaren dat in 2004 en/of 2005 gebruikt is voor de productie van de in lid 1 bedoelde producten, waarbij voor ten hoogste het aantal hectaren dat in 2004 gebruikt wordt voorrang wordt gegeven aan landbouwers die reeds in 2004 de producten hebben geproduceerd.
Bij toepassing van artikel 71, worden 2004 en 2005 vervangen door respectievelijk het jaar dat voorafgaat aan het jaar van toepassing van de bedrijfstoeslagregeling en het jaar van toepassing zelf.
5. Bij de vaststelling van het in de leden 3 en 4 bedoelde individuele maximumoppervlakten gebruiken de lidstaten de individuele gegevens van de landbouwer indien beschikbaar, of van andere, tot voldoening van de betrokken lidstaat door de landbouwer verstrekte bewijzen.
6. Het aantal hectaren waarvoor toestemming is gegeven overeenkomstig de leden 3 en 4 bedraagt in geen geval meer dan het aantal subsidiabele hectaren, als gedefinieerd in artikel 44, lid 2, dat in het eerste jaar van toepassing van de toeslagregeling wordt aangegeven.
7. De toestemming wordt binnen de betrokken regio tezamen gebruikt met de bijbehorende toeslagrechten.
8. Uiterlijk in 2007 legt de Commissie de Raad een, indien nodig van passende voorstellen vergezeld, verslag voor over de mogelijke gevolgen, in termen van markt- en structurele ontwikkelingen, van de uitvoering door de lidstaten van dit artikel.