Art. 34, Toepassing

1. In het eerste jaar van toepassing van de bedrijfstoeslagregeling zendt de bevoegde autoriteit van de lidstaat aan de in artikel 33, lid 1, onder a), bedoelde landbouwers een aanvraagformulier toe waarin zijn vermeld:

a) het in hoofdstuk 2 bedoelde bedrag (hierna het "referentiebedrag" genoemd),

b) het aantal hectaren als bedoeld in artikel 43,

c) het aantal en de waarde van de toeslagrechten als gedefinieerd in hoofdstuk 3.

2. De landbouwers dienen hun aanvraag in het kader van de bedrijfstoeslagregeling in vanaf een door de lidstaten vast te stellen datum, maar uiterlijk op 15 mei.

De Commissie kan via de procedure van artikel 144, lid 2, toestemming geven om voor bepaalde zones waar de normale data onhaalbaar zijn door uitzonderlijke klimaatomstandigheden in plaats van 15 mei een latere datum vast te stellen.

3. Behoudens overmacht en uitzonderlijke omstandigheden in de zin van artikel 40, lid 4, worden geen toeslagrechten toegekend aan de in artikel 33, lid 1, onder a) en b), bedoelde landbouwers en aan landbouwers die toeslagrechten uit de nationale reserve krijgen, indien zij uiterlijk op 15 mei van het eerste jaar van toepassing van de bedrijfstoeslagregeling geen aanvraag in het kader van de bedrijfstoeslagregeling indienen.

De bedragen die overeenstemmen met deze niet toegekende toeslagrechten, vervallen aan de in artikel 42 bedoelde nationale reserve en komen opnieuw voor toewijzing beschikbaar vanaf een door de lidstaat vast te stellen datum, doch uiterlijk op 15 augustus van het eerste jaar van toepassing van de bedrijfstoeslagregeling.

Uitspraken die dit artikel aanhalen