Art. 28, Uitbetaling
1. Tenzij in deze verordening anders is bepaald, worden de betalingen op grond van de in bijlage I genoemde steunregelingen volledig aan de begunstigden uitgekeerd.
2. De betalingen worden eenmaal per jaar uitgekeerd binnen de periode van 1 december tot en met 30 juni van het volgende kalenderjaar.
Het extra steunbedrag ingevolge artikel 12 wordt evenwel ten laatste betaald op 30 september van het kalenderjaar volgend op het desbetreffende kalenderjaar.
3. In afwijking van lid 2 en volgens de in artikel 144, lid 2, bedoelde procedure kan de Commissie
a) de betalingstermijn voor de in artikel 5, lid 1, van Verordening nr. 136/66/EEG van de Raad van 22 september 1966 houdende de totstandbrenging van een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector oliën en vetten(23) bedoelde betalingen verlengen;
b) voorzien in voorschotten;
c) de lidstaten machtigen om, onder voorbehoud van de begrotingssituatie, vóór 1 december in regio's waar de landbouwers zich als gevolg van uitzonderlijke omstandigheden voor ernstige financiële moeilijkheden geplaatst zien, voorschotten uit te betalen:
- tot 50 % van de betalingen
of
- tot 80 % van de betalingen indien er reeds voorzieningen zijn getroffen voor voorschotten.