Art. 145, Uitvoeringsbepalingen
Volgens de in artikel 144, lid 2, bedoelde procedure worden uitvoeringsbepalingen voor deze verordening vastgesteld. Zij omvatten met name:
a) uitvoeringsbepalingen inzake de vaststelling van een bedrijfsadviseringssysteem;
b) uitvoeringsbepalingen betreffende de omschrijving van de criteria voor de toewijzing van de door de toepassing van de modulatie beschikbaar komende bedragen;
c) uitvoeringsbepalingen betreffende het verlenen van de steunbedragen waarin deze verordening voorziet, met inbegrip van de voorwaarden voor subsidiabiliteit, de toepassings- en betalingsdata en de controlebepalingen, alsmede de controle op en de vaststelling van het recht op de steunbedragen, met inbegrip van alle nodige uitwisseling van gegevens met de lidstaten, en de vaststelling van de overschrijding van de basisarealen of gegarandeerde maximumarealen, alsmede uitvoeringsbepalingen betreffende de intrekking en herverdeling van ongebruikte overeenkomstig de hoofdstukken 11 en 12 vastgestelde premierechten;
d) met betrekking tot de bedrijfstoeslagregeling, uitvoeringsbepalingen inzake met name de vorming van een nationale reserve, de overdracht van toeslagrechten, de definitie van blijvende teelten, blijvend grasland, landbouwgrond en grasland, de in titel III, hoofdstuk 5 bedoelde facultatieve regelingen, en de lijst van gewassen waarvan de teelt is toegestaan op de braakgelegde grond, alsmede uitvoeringsbepalingen inzake het naleven van het bij Besluit 93/355/EEG(39) goedgekeurde Memorandum van Overeenstemming betreffende bepaalde oliehoudende zaden tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Verenigde Staten van Amerika in het kader van de GATT;
e) met betrekking tot durumtarwe, uitvoeringsbepalingen inzake de hoeveelheden gecertificeerd zaad en erkende variëteiten;
f) met betrekking tot energiegewassen, uitvoeringsbepalingen inzake de definitie van onder de regeling vallende gewassen, de minimumeisen voor het contract en controlemaatregelen betreffende de verwerkte hoeveelheid en verwerking op het bedrijf;
g) met betrekking tot vezelhennep, uitvoeringsbepalingen inzake de specifieke controlemaatregelen en -methoden voor de bepaling van de gehalten aan tetrahydrocannabinol, met inbegrip van de regelingen betreffende het contract en de verbintenis als bedoeld in artikel 52;
h) de wijzigingen van bijlage I die noodzakelijk kunnen worden in het licht van de criteria van artikel 1;
i) de wijzigingen van de bijlagen II, VI, VII, IX, X en XI die noodzakelijk kunnen worden in het licht van, met name, nieuwe communautaire regelgeving, en, wat bijlage VIII betreft, in geval van toepassing van artikel 62, en, in voorkomend geval, in het licht van de informatie die de lidstaten hebben verstrekt met betrekking tot het deel van de referentiebedragen dat overeenstemt met de betalingen voor landbouwgewassen en de bedragen van de maxima zelf, te vermeerderen naar gelang van het verschil tussen het daadwerkelijk vastgestelde areaal en het areaal waarvoor in 2000 en 2001 premies voor akkerbouwgewassen zijn betaald op grond van artikel 9, leden 2 en 3, van Verordening (EEG) nr. 3887/92(40), binnen de limiet van de basisarealen (of het maximaal gegarandeerde areaal voor durumtarwe), en met inaanmerkingneming van de gemiddelde nationale opbrengst die wordt gebruikt voor de berekening van bijlage VIII;
j) de basiskenmerken van het systeem voor de identificatie van de percelen landbouwgrond en de definitie ervan;
k) de wijzigingen die in de steunaanvraag kunnen worden aangebracht, en vrijstelling van de verplichting om een steunaanvraag in te dienen;
l) regels inzake de minimale informatie die in de steunaanvragen moet worden opgenomen;
m) regels inzake de administratieve controles en controles ter plaatse en de controles door middel van teledetectie;
n) regels inzake de toepassing van de verlagingen en uitsluitingen van betalingen in geval van niet-nakoming van de verplichtingen als bedoeld in de artikelen 3 en 24, met inbegrip van de gevallen waarin geen verlagingen en uitsluitingen worden toegepast;
o) de wijzigingen van bijlage V die noodzakelijk kunnen worden in het licht van de criteria van artikel 26;
p) de communicatie tussen de lidstaten en de Commissie;
q) de maatregelen die nodig en naar behoren gerechtvaardigd zijn om in een noodsituatie praktische problemen op te lossen, in het bijzonder die welke betrekking hebben op de uitvoering van titel II, hoofdstuk 4 en titel III, hoofdstuk 5. Deze maatregelen kunnen afwijken van sommige delen van deze verordening, maar slechts zolang en voorzover dat absoluut noodzakelijk is.