Art. 113 Verordening (EG) nr. 1782/2003, Ooien- en geitenpremie
Verordening (EG) nr. 1782/2003
1. Aan landbouwers die ooien houden op hun bedrijf, kan op aanvraag een premie voor het aanhouden van ooien worden verleend (ooienpremie).
2. Aan landbouwers die geiten houden op hun bedrijf, kan op aanvraag een premie voor het aanhouden van geiten worden verleend (geitenpremie). Deze premie wordt verleend aan landbouwers in specifieke gebieden waar de productie aan de volgende twee criteria voldoet:
a) de geitenhouderij is voornamelijk gericht op de productie van geitenvlees,
b) de houderijtechnieken zijn vergelijkbaar voor schapen en geiten.
Een lijst van deze gebieden wordt vastgesteld volgens de in artikel 144, lid 2, bedoelde procedure.
3. De ooienpremie en de geitenpremie worden verleend in de vorm van een jaarlijkse betaling per subsidiabel dier, per kalenderjaar en per landbouwer binnen de grenzen van individuele maxima. Het minimumaantal dieren waarvoor een premieaanvraag wordt ingediend, wordt vastgesteld door de lidstaat. Dit minimum bedraagt niet minder dan 10 en niet meer dan 50.
4. Per ooi bedraagt de premie 21 euro. Voor landbouwers die melk van ooien of zuivelproducten op basis van melk van ooien verkopen, bedraagt de premie per ooi evenwel 16,8 euro.
5. Per geit bedraagt de premie 16,8 euro.