Art. 7 Verordening (EG) nr. 1438/2003, Toezicht op aan de vloot toegevoegde of onttrokken vaartuigen
Verordening (EG) nr. 1438/2003
1. Om te voldoen aan het bepaalde in artikel 13 van Verordening (EG) nr. 2371/2002 moet elke lidstaat ervoor zorgen dat de vangstcapaciteit in tonnage (GTt) steeds ten hoogste gelijk is aan de vangstcapaciteit op 1 januari 2003 (GT03),
a) verminderd met:
i) de totale tonnage van de vaartuigen die na 31 december 2002 met overheidssteun aan de vloot zijn onttrokken (GTa);
ii) 35 % van de totale tonnage van de vaartuigen van meer dan 100 GT die aan de vloot zijn toegevoegd met na 31 december 2002 toegekende overheidssteun (GT100),
b) en vermeerderd met:
i) de totale verhoging van tonnage die is toegekend op grond van het bepaalde in artikel 11, lid 5, van Verordening (EG) nr. 2371/2002 (GTS);
ii) het resultaat van de hermeting van de vloot (Δ(GT-BRT)).
Elke lidstaat dient ervoor te zorgen dat aan de volgende formule is voldaan:
>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>
2. Om te voldoen aan het bepaalde in artikel 13 van Verordening (EG) nr. 2371/2002 moet elke lidstaat ervoor zorgen dat de vangstcapaciteit in vermogen (kWt) steeds ten hoogste gelijk is aan de vangstcapaciteit op 1 januari 2003 (kW03), verminderd met:
a) het totale vermogen van de vaartuigen die na 31 december 2002 met overheidssteun aan de vloot zijn onttrokken (kWa);
b) 35 % van het totale vermogen van de vaartuigen van meer dan 100 GT die aan de vloot zijn toegevoegd met na 31 december 2002 toegekende overheidssteun (kW100).
Elke lidstaat dient ervoor te zorgen dat aan de volgende formule is voldaan:
>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>