Art. 5
1. In elke lidstaat kan de houder van het recht de bevoegde douanedienst schriftelijk om optreden van de douaneautoriteiten verzoeken wanneer goederen zich in een van de in artikel 1, lid 1, bedoelde omstandigheden bevinden (verzoek om optreden).
2. De lidstaten wijzen de douanedienst aan die bevoegd is voor het ontvangen en behandelen van deze verzoeken.
3. Wanneer systemen voor elektronische gegevensuitwisseling beschikbaar zijn, moedigen de lidstaten belanghebbenden aan hun verzoek elektronisch in te dienen.
4. Wanneer de verzoeker houder is van een Gemeenschapsmerk, een Gemeenschapsrecht inzake tekeningen of modellen, een communautair kwekersrecht, een communautaire oorsprongsbenaming, een geografische aanduiding of benaming, kan hij naast het optreden van de douaneautoriteiten van de lidstaat waar het verzoek wordt ingediend, om het optreden van de douaneautoriteiten van een of meer andere lidstaten verzoeken.
5. Een verzoek om optreden wordt ingediend op een formulier dat is opgesteld volgens de procedure van artikel 21, lid 2, en dient alle informatie te bevatten die de douaneautoriteiten nodig hebben om de goederen met zekerheid te identificeren, met name:
i) een nauwkeurige en gedetailleerde technische beschrijving van de goederen;
ii) bijzonderheden betreffende het type of patroon van de fraude indien de houder van de rechten daarvan op de hoogte is;
iii) de personalia van de door de houder van de rechten aangewezen contactpersoon.
Bij het verzoek om optreden moet ook de in artikel 6 bedoelde verklaring van de verzoeker gevoegd worden, evenals het bewijs dat deze de houder is van het recht voor de betrokken goederen.
In situaties als bedoeld in lid 4 worden in het verzoek de lidstaat of lidstaten vermeld waar om optreden van de douane wordt verzocht, alsmede de personalia van de houder van het recht in elk van de betrokken lidstaten.
Ter indicatie en voorzover bekend verstrekt de houder van het recht de hiernavolgende aanvullende informatie:
a) de waarde, exclusief belastingen, van de oorspronkelijke goederen op de legale nationale markt van de lidstaat waar het verzoek om optreden werd ingediend;
b) de plaats waar de goederen zich bevinden of de plaats van bestemming;
c) gegevens ter identificatie van de zending of de colli;
d) de geplande datum van aankomst of vertrek van de goederen;
e) de gebruikte vervoermiddelen;
f) de identiteit van de importeur, exporteur of houder van de goederen;
g) het land of de landen waar de goederen zijn vervaardigd, de gevolgde trajecten;
h) voorzover bekend, de technische verschillen tussen authentieke en verdachte goederen.
6. Er kunnen ook bijzondere en specifieke gegevens worden gevraagd betreffende het type intellectuele-eigendomsrecht waarnaar in het verzoek om optreden wordt verwezen.
7. De bevoegde douanedienst die een verzoek ontvangt, neemt dit in behandeling en stelt de verzoeker binnen 30 werkdagen na ontvangst schriftelijk in kennis van zijn besluit.
De kosten van de administratieve afhandeling van het verzoek worden de houder van het recht niet aangerekend.
8. Wanneer het verzoek om optreden niet de krachtens lid 5 verplichte gegevens bevat, kunnen de douanediensten besluiten dit verzoek niet te behandelen. In dat geval lichten zij de redenen van hun besluit toe en verstrekken zij informatie over de beroepsprocedure. Het verzoek kan alleen opnieuw worden ingediend indien het naar behoren is vervolledigd.