Art. 2, Middelen en termijnen voor de openbaarmaking van voorwetenschap

1. Voor de toepassing van artikel 6, lid 1, van Richtlijn 2003/6/EG zijn artikel 102, lid 1, en artikel 103 van Richtlijn 2001/34/EG(3) van het Europees Parlement en de Raad van toepassing.

Bovendien dragen de lidstaten er zorg voor dat de emittent de voorwetenschap op zodanige wijze openbaar maakt dat een snelle toegang ertoe en een volledige, correcte en tijdige inschatting van de informatie door het publiek mogelijk zijn.

Voorts dragen de lidstaten er zorg voor dat de emittent de openbaarmaking van voorwetenschap niet op een mogelijk misleidende wijze met reclame voor zijn activiteiten combineert.

2. De lidstaten dragen er zorg voor dat emittenten geacht worden overeenkomstig artikel 6, lid 1, eerste alinea, van Richtlijn 2003/6/EG te hebben gehandeld wanneer zij bij het ontstaan van een situatie of het plaatsvinden van een gebeurtenis, nog voordat deze situatie of gebeurtenis definitief vaststond, het publiek onmiddellijk daarvan hebben geïnformeerd.

3. Wijzigingen van betekenis in reeds openbaar gemaakte voorwetenschap worden openbaar gemaakt vlak nadat deze wijzigingen hebben plaatsgevonden; daarbij wordt van hetzelfde kanaal gebruikgemaakt als bij de openbaarmaking van de oorspronkelijke informatie.

4. De lidstaten schrijven voor dat emittenten redelijke maatregelen moeten treffen om te waarborgen dat de openbaarmaking van voorwetenschap zo gelijktijdig mogelijk plaatsvindt voor alle categorieën beleggers in alle lidstaten waar zij verzocht hebben om of ingestemd hebben met de toelating van hun financiële instrumenten tot de handel op een gereglementeerde markt.

Uitspraken die dit artikel aanhalen