Art. 2 Richtlijn 2003/55/EG, Definities
Voor de toepassing van deze richtlijn wordt verstaan onder:
1. "aardgasbedrijf": natuurlijke persoon of rechtspersoon die ten minste een van de volgende functies vervult: productie, transmissie, distributie, levering, aankoop of opslag van aardgas, met inbegrip van vloeibaar aardgas, en die verantwoordelijk is voor de met deze functies verband houdende commerciële, technische en/of onderhoudswerkzaamheden, maar die geen eindafnemer is;
2. "upstreampijpleidingnet": pijpleiding of pijpleidingnet gebruikt en/of gebouwd als onderdeel van een olie- of gasproductieproject, of gebruikt om aardgas afkomstig van een of meer van dergelijke projecten te transporteren naar een verwerkingsinstallatie, terminal of aanlandingsterminal;
3. "transmissie": transport van aardgas door een hogedrukpijpleidingnet anders dan een upstreampijpleidingnet, met het oog op de belevering van afnemers, de levering zelf niet inbegrepen;
4. "transmissiesysteembeheerder": natuurlijke persoon of rechtspersoon die de transmissiefunctie verricht en in een bepaald gebied verantwoordelijk is voor de exploitatie, het onderhoud en zo nodig de ontwikkeling van het transmissiesysteem en, indien van toepassing, de interconnecties met andere systemen, en die ervoor moet zorgen dat het systeem op lange termijn kan voldoen aan een redelijke vraag naar transport van gas;
5. "distributie": transport van aardgas langs lokale of regionale pijpleidingnetten met het oog op de belevering van afnemers, de levering zelf niet inbegrepen;
6. "distributiesysteembeheerder": natuurlijke persoon of rechtspersoon die de distributiefunctie verricht en in een bepaald gebied verantwoordelijk is voor de exploitatie, het onderhoud en zo nodig de ontwikkeling van het distributiesysteem en, indien van toepassing, de interconnecties met andere systemen, en die ervoor moet zorgen dat het systeem op lange termijn kan voldoen aan een redelijke vraag naar distributie van gas;
7. "levering": verkoop, wederverkoop daaronder begrepen, van aardgas, met inbegrip van LNG, aan afnemers;
8. "leveringsbedrijf": natuurlijke persoon of rechtspersoon die de leveringsfunctie verricht;
9. "opslaginstallatie": installatie die wordt gebruikt voor de opslag van aardgas en die eigendom is van en/of geëxploiteerd wordt door een aardgasbedrijf, met inbegrip van het gedeelte van LNG-installaties dat voor opslag gebruikt wordt, maar met uitzondering van het gedeelte dat in gebruik is voor productiedoeleinden en met uitzondering van installaties die uitsluitend ten dienste staan van transmissiesysteembeheerders bij de uitoefening van hun functies;
10. "opslagsysteembeheerder": natuurlijke persoon of rechtspersoon die de opslagfunctie verricht en verantwoordelijk is voor het beheer van een opslaginstallatie;
11. "LNG-installatie": terminal die voor het vloeibaar maken van aardgas, de invoer of de verlading, en de hervergassing van LNG gebruikt wordt, met inbegrip van ondersteunende diensten en installaties voor tijdelijke opslag die nodig zijn voor de hervergassing en de daaropvolgende doorlevering aan het transmissiesysteem met uitsluiting van alle gedeelten van LNG-terminals die voor opslag gebruikt worden;
12. "LNG-systeembeheerder": natuurlijke persoon of rechtspersoon die de functie van het vloeibaar maken van aardgas of de invoer, de verlading en de hervergassing van LNG verricht en verantwoordelijk is voor de exploitatie van een LNG-installatie;
13. "systeem": alle transmissie- en/of distributienetten en/of LNG- en/of opslaginstallaties die eigendom zijn van en/of geëxploiteerd worden door een aardgasbedrijf, met inbegrip van de leidingbuffer en de installaties die ondersteunende diensten verlenen, alsmede die van verwante bedrijven die nodig zijn voor de toegang tot transmissie, distributie en LNG;
14. "ondersteunende diensten": diensten die nodig zijn voor de toegang tot en de exploitatie van transmissie- en/of distributienetten en/of LNG-installaties en/of opslaginstallaties, met inbegrip van het opvangen van fluctuaties in systeembelasting en menging, maar uitgezonderd installaties die uitsluitend ten dienste staan van transmissiesysteembeheerders bij de uitoefening van hun functies;
15. "leidingbuffer": gasopslag door middel van compressie in gastransmissie- en gasdistributienetten, uitgezonderd installaties die ten dienste staan van transmissiesysteembeheerders bij de uitoefening van hun functies;
16. "stelsel van systemen": een aantal systemen die met elkaar verbonden zijn;
17. "interconnector": transmissieleiding die een grens tussen lidstaten overschrijdt of overspant met uitsluitend als bedoeling de nationale transmissiesystemen van die lidstaten onderling te koppelen;
18. "directe leiding": aardgaspijpleiding ter aanvulling van het stelsel van systemen;
19. "geïntegreerd aardgasbedrijf": verticaal of horizontaal geïntegreerd bedrijf;
20. "verticaal geïntegreerd bedrijf": aardgasbedrijf of groep van bedrijven waarvan de onderlinge betrekkingen gedefinieerd zijn in artikel 3, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 4064/89 van de Raad van 21 december 1989 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen(9), en waarbij het betrokken bedrijf/de betrokken groep ten minste één van de functies in de vorm van transmissie, distributie, LNG of opslag en ten minste één van de functies in de vorm van productie of levering van aardgas verricht;
21. "horizontaal geïntegreerd bedrijf": bedrijf dat ten minste één van de functies in de vorm van productie, transmissie, distributie, levering of opslag van aardgas en daarnaast een niet op het gebied van gas liggende activiteit verricht;
22. "verwant bedrijf": een verbonden onderneming in de zin van artikel 41 van Richtlijn 83/349/EEG van 13 juni 1983 op de grondslag van artikel44, lid 2, onder g)(10), van het Verdrag betreffende de geconsolideerde jaarrekening(11) van de Raad, en/of een geassocieerde onderneming in de zin van artikel 33, lid 1, van die richtlijn, en/of een onderneming die aan dezelfde aandeelhouders toebehoort;
23. "systeemgebruikers": natuurlijke personen of rechtspersonen die leveren aan of afnemen van het systeem;
24. "afnemers": grootafnemers of eindafnemers van aardgas en aardgasbedrijven die aardgas kopen;
25. "huishoudelijke afnemers": afnemers die aardgas kopen voor eigen huishoudelijk gebruik;
26. "niet-huishoudelijke afnemers": afnemers die aardgas kopen dat niet bestemd is voor eigen huishoudelijk verbruik;
27. "eindafnemers": afnemers die aardgas kopen voor eigen gebruik;
28. "in aanmerking komende afnemers": afnemers die vrij zijn om gas te kopen bij de leverancier van hun keuze, in de zin van artikel 23 van deze richtlijn;
29. "grootafnemers": natuurlijke personen of rechtspersonen die geen transmissiesysteembeheerder of distributiesysteembeheerder zijn en die aardgas kopen voor doorverkoop binnen of buiten het systeem waarop zij aangesloten zijn;
30. "langetermijnplanning": planning op lange termijn van leverings- en transportcapaciteit van aardgasbedrijven om aan de vraag naar aardgas van het systeem te voldoen, de bronnen te diversifiëren en de levering aan de afnemers zeker te stellen;
31. "opkomende markt": lidstaat waar de eerste commerciële levering in het kader van het eerste langlopende aardgasleveringscontract hoogstens tien jaar tevoren heeft plaatsgevonden;
32. "zekerheid": zowel de zekerheid van de voorziening en de levering van aardgas als de technische veiligheid;
33. "nieuwe infrastructuur": infrastructuur die bij de inwerkingtreding van deze richtlijn niet voltooid is.