Art. 25 Verordening (EG) nr. 178/2002, Raad van bestuur

Verordening (EG) nr. 178/2002

1. De raad van bestuur bestaat uit veertien door de Raad in overleg met het Europees Parlement benoemde leden, die gekozen worden uit een door de Commissie opgestelde lijst welke een wezenlijk groter aantal kandidaten bevat dan het aantal te benoemen leden, alsmede een vertegenwoordiger van de Commissie. Vier leden hebben banden met organisaties die de consumenten en andere belangengroepen met betrekking tot de voedselketen vertegenwoordigen.

De door de Commissie opgestelde lijst wordt, vergezeld van de relevante documentatie, aan het Europees Parlement toegezonden. Zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk drie maanden na die mededeling, kan het Europees Parlement zijn standpunten met het oog op overweging door de Raad kenbaar maken, waarna de Raad overgaat tot benoeming van de raad van bestuur.

De benoeming van de leden van de raad geschiedt zodanig dat de hoogste graad van bekwaamheid, een uitgebreide deskundigheid en, met inachtneming daarvan, een zo breed mogelijke geografische spreiding in de Unie verzekerd is.

2. De leden worden voor vier jaar benoemd en deze benoeming kan eenmaal worden hernieuwd. De eerste ambtstermijn bedraagt evenwel zes jaar voor de helft van de leden.

3. De raad van bestuur stelt op basis van een voorstel van de uitvoerend directeur het huishoudelijk reglement van de Autoriteit vast. Het reglement wordt openbaar gemaakt.

4. De raad van bestuur kiest uit zijn midden een voorzitter voor een periode van twee jaar, die kan worden verlengd.

5. De raad van bestuur stelt zijn reglement van orde vast.

Tenzij anders bepaald, worden de besluiten van de raad van bestuur met gewone meerderheid genomen.

6. De raad van bestuur komt op convocatie van de voorzitter of op verzoek van ten minste een derde van de leden bijeen.

7. De raad van bestuur ziet erop toe dat de Autoriteit haar opdracht vervult en de haar opgedragen werkzaamheden verricht overeenkomstig de in deze verordening vastgelegde voorwaarden.

8. De raad van bestuur stelt jaarlijks vóór 31 januari het werkprogramma van de Autoriteit voor het lopende jaar op. Ook stelt hij een aanpasbaar meerjarenprogramma vast. De raad van bestuur ziet erop toe dat deze programma's aansluiten bij de wetgevings- en beleidsprioriteiten van de Gemeenschap op het gebied van de voedselveiligheid.

De raad van bestuur stelt jaarlijks vóór 30 maart het algemeen verslag over de werkzaamheden van de Autoriteit in het voorgaande jaar vast.

9. Na de goedkeuring van de Commissie en het advies van de Rekenkamer te hebben ontvangen stelt de raad van bestuur het financieel reglement van de Autoriteit vast, waarin met name de procedure voor de opstelling en uitvoering van de begroting van de Autoriteit is vastgelegd, overeenkomstig artikel 142 van het Financieel Reglement van 21 december 1977 van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(26) en de wettelijke voorschriften betreffende de onderzoeken die door het Europees Bureau voor fraudebestrijding uitgevoerd worden.

10. De uitvoerend directeur neemt zonder stemrecht deel aan de vergaderingen van de raad van bestuur en neemt het secretariaat daarvan waar. De raad van bestuur nodigt de voorzitter van het wetenschappelijk comité uit om zijn vergaderingen, zonder stemrecht, bij te wonen.