Art. 5 Richtlijn 2002/96/EG, Gescheiden inzameling

Richtlijn 2002/96/EG

1. De lidstaten nemen passende maatregelen om de samen met het ongesorteerd stedelijk afval te verwijderen AEEA tot een minimum te beperken en een hoog niveau van gescheiden inzameling van AEEA te bereiken.

2. Wat AEEA van particuliere huishoudens betreft, dragen de lidstaten er zorg voor dat uiterlijk op 13 augustus 2005:

a) systemen zijn ingevoerd waardoor de laatste houders en de distributeurs dergelijke afvalstoffen ten minste zonder kosten kunnen inleveren. De lidstaten dragen zorg voor de beschikbaarheid en toegankelijkheid van de noodzakelijke inzamelingsinrichtingen, met name rekening houdend met de bevolkingsdichtheid;

b) de distributeurs er de verantwoordelijkheid voor dragen dat bij de levering van een nieuw product een gelijke hoeveelheid van zulk afval, ten minste zonder kosten, bij de distributeur kan worden ingeleverd, met dien verstande dat de apparatuur van een gelijkwaardig type is en dezelfde functies had als de geleverde apparatuur. De lidstaten kunnen van deze bepaling afwijken, mits zij ervoor zorgen dat zulks de inlevering van AEEA niet bemoeilijkt voor de laatste houder en dat de systemen kosteloos blijven voor de laatste houder. De lidstaten die van deze bepaling gebruikmaken, stellen de Commissie daarvan in kennis;

c) de producenten toegestaan is, onverminderd a) en b), individuele en/of collectieve terugnamesystemen voor AEEA uit particuliere huishoudens in te voeren en te exploiteren, mits de systemen op één lijn staan met de doelstellingen van deze richtlijn;

d) gelet op de nationale en communautaire veiligheids- en gezondheidsvoorschriften AEEA die bij gebruik is verontreinigd en daardoor een risico voor de gezondheid en de veiligheid van het personeel oplevert, bij inleveringspunten als bedoeld onder a) en b) kan worden geweigerd; de lidstaten stellen voor deze AEEA specifieke regelingen vast.

De lidstaten kunnen specifieke regelingen vaststellen voor de inlevering van AEEA als bedoeld onder a) en b) waaraan essentiële onderdelen ontbreken, of waarin zich afvalstoffen bevinden die niet als AEEA kunnen worden aangemerkt.

3. Wat AEEA van andere dan particuliere huishoudens betreft en onverminderd artikel 9 dragen de lidstaten er zorg voor dat de producenten of derden die in hun naam handelen dergelijk afval inzamelen.

4. De lidstaten dragen er zorg voor dat de ingevolge de leden 1, 2 en 3 ingezamelde AEEA getransporteerd wordt naar verwerkingsinrichtingen met een vergunning volgens artikel 6, tenzij de apparaten in hun geheel hergebruikt zullen worden. Zij zorgen ervoor dat voorgenomen hergebruik niet leidt tot omzeiling van deze richtlijn, in het bijzonder van de artikelen 6 en 7. De wijze van inzameling en transport van gescheiden ingezamelde AEEA moet optimaal hergebruik en recycling van daarvoor in aanmerking komende onderdelen en volledige apparaten mogelijk maken.

5. Onverminderd lid 1, zorgen de lidstaten ervoor dat op uiterlijk 31 december 2006 een gemiddelde hoeveelheid gescheiden ingezamelde AEEA uit particuliere huishoudens wordt bereikt van ten minste vier kilogram per inwoner per jaar.

Het Europees Parlement en de Raad leggen op voorstel van de Commissie en rekening houdend met de technische en economische ervaringen in de lidstaten, op uiterlijk 31 december 2008 een nieuw bindend streefcijfer vast. Dit kan eventueel een percentage zijn van de in de jaren daarvoor aan particuliere huishoudens verkochte hoeveelheid elektrische en elektronische apparatuur.

Vorige artikelen

Volgende artikelen