Art. 17 Richtlijn 2002/96/EG, Omzetting
1. De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk 13 augustus 2004 aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis.
Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor die verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.
2. De lidstaten delen de Commissie de tekst van de bepalingen van intern recht mede die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.
3. Mits het met deze richtlijn beoogde resultaat wordt bereikt, kunnen de lidstaten de bepalingen van artikel 6, lid 6, artikel 10, lid 1, en artikel 11, omzetten door middel van overeenkomsten tussen de bevoegde instanties en de betrokken bedrijfssectoren. Die overeenkomsten voldoen aan de volgende voorschriften:
a) de overeenkomsten zijn afdwingbaar;
b) de overeenkomsten bevatten doelstellingen en termijnen om die te bereiken;
c) de overeenkomsten worden bekendgemaakt in het staatsblad of een voor het publiek even toegankelijk officieel stuk, en worden aan de Commissie toegezonden;
d) de met een overeenkomst bereikte resultaten worden onder de in die overeenkomst opgenomen voorwaarden geregeld gecontroleerd, aan de bevoegde instanties en de Commissie gemeld en ter beschikking van het publiek gesteld;
e) de bevoegde instanties dragen er zorg voor dat nagegaan wordt in hoeverre met de overeenkomsten vooruitgang geboekt wordt;
f) ingeval een overeenkomst niet wordt nagekomen, moeten de lidstaten de betrokken bepalingen van deze richtlijn door middel van wettelijke of bestuursrechtelijke maatregelen uitvoeren.
4. a) Griekenland en Ierland, die vanwege hun
- ontoereikende recyclinginfrastructuur,
- geografische omstandigheden (zoals een groot aantal kleine eilanden, of plattelands- en berggebieden),
- geringe bevolkingsdichtheid, en
- gering gebruik van elektrische en elektronische apparatuur,
noch het inzamelingsstreefcijfer, vermeld in artikel 5, lid 5, eerste alinea, noch de streefcijfers voor nuttige toepassing, vermeld in artikel 7, lid 2, kunnen bereiken, en die daarom krachtens artikel 5, lid 2, derde alinea, van Richtlijn 1999/31/EG van de Raad van 26 april 1999 betreffende het storten van afvalstoffen(20) een verzoek tot verlenging van de in dat artikel genoemde termijn kunnen indienen,
kunnen de in artikel 5, lid 5, en artikel 7, lid 2, van onderhavige richtlijn genoemde termijn verlengen met maximaal 24 maanden.
Die lidstaten brengen de Commissie uiterlijk bij de omzetting van deze richtlijn van hun beslissing op de hoogte.
b) De Commissie stelt de andere lidstaten en het Europees Parlement van die beslissingen in kennis.
5. Uiterlijk vijf jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn legt de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad een verslag voor over de met de toepassing van de richtlijn opgedane ervaring, met name betreffende de gescheiden inzameling, de verwerking, de nuttige toepassingen en de financieringssystemen. Voorts zal het verslag gebaseerd zijn op de ontwikkelingen in de technologie, de opgedane ervaring, de milieueisen en de werking van de interne markt. Het verslag gaat zo nodig vergezeld van voorstellen om de toepasselijke bepalingen van deze richtlijn te wijzigen.