Art. 2 Richtlijn 2002/91/EG, Definities
In deze richtlijn zijn de volgende definities van toepassing:
1. gebouw: een overdekte constructie met muren waarvoor energie gebruikt wordt om het binnenklimaat te regelen; de term "gebouw" kan verwijzen naar het gebouw in zijn geheel of naar delen ervan die zijn ontworpen of aangepast om afzonderlijk te worden gebruikt;
2. energieprestatie van een gebouw: de hoeveelheid energie die daadwerkelijk wordt verbruikt of die nodig wordt geacht voor de verschillende behoeften die verband houden met een gestandaardiseerd gebruik van een gebouw, waaronder verwarming, warmwatervoorziening, koeling, ventilatie en verlichting. De hoeveelheid wordt uitgedrukt in een of meer numerieke indicatoren die zijn berekend met inachtneming van de volgende factoren: isolatie, technische en installatiekenmerken, ontwerp en ligging in samenhang met de klimatologische aspecten, blootstelling aan de zon en invloed van aangrenzende structuren, eigen energieopwekking, alsmede andere factoren, waaronder het binnenklimaat, die van invloed zijn op de vraag naar energie;
3. energieprestatiecertificaat van een gebouw: een door een lidstaat, of door een door deze lidstaat aangewezen rechtspersoon erkend certificaat waarin het resultaat is vermeld van de berekening van de energieprestatie van een gebouw volgens een methode die is gebaseerd op het algemeen kader in de bijlage;
4. WKK (warmtekrachtkoppeling): de gelijktijdige omzetting van primaire brandstoffen in mechanische of elektrische en thermische energie, waarbij wordt voldaan aan bepaalde kwaliteitscriteria inzake energie-efficiëntie;
5. airconditioningsysteem: een combinatie van alle bestanddelen die nodig zijn voor een vorm van luchtbehandeling waarbij de temperatuur wordt geregeld of kan worden verlaagd, eventueel samen met een regeling van de ventilatie, luchtvochtigheid en luchtzuiverheid;
6. c.v.-ketel: het geheel van ketellichaam en brander dat de verbrandingswarmte op water overbrengt;
7. nominaal vermogen (uitgedrukt in kW): het maximale verwarmingsvermogen dat door de fabrikant voor continu gebruik is aangegeven en gegarandeerd, waarbij het door hem aangegeven nuttig rendement wordt gehaald;
8. warmtepomp: een toestel/installatie dat/die bij lage temperatuur warmte aan de lucht, het water of de bodem onttrekt en deze warmte aan het gebouw afgeeft.