Art. 3 Richtlijn 2002/72/EG
1. Slechts de monomeren en andere uitgangsstoffen die zijn opgenomen in bijlage II, delen A en B, mogen worden gebruikt voor het vervaardigen van materialen en voorwerpen van kunststof, waarbij de voorgeschreven beperkingen moeten worden nagekomen.
2. In afwijking van de eerste alinea mogen de in deel B van bijlage II opgenomen monomeren en overige uitgangsstoffen nog uiterlijk tot en met 31 december 2004 worden gebruikt in afwachting van hun beoordeling door het Wetenschappelijk Comité voor de menselijke voeding.
3. De lijst in deel A van bijlage II kan worden gewijzigd:
- door stoffen die zijn opgenomen in deel B van bijlage II, hieraan toe te voegen volgens de criteria in bijlage II van Richtlijn 89/109/EEG, dan wel
- door "nieuwe stoffen", dit wil zeggen stoffen die in deel A noch in deel B van bijlage II zijn opgenomen, hierin op te nemen volgens artikel 3 van Richtlijn 89/109/EEG.
4. De lidstaten mogen nieuwe stoffen voor gebruik op hun grondgebied alleen nog toelaten volgens de in artikel 4 van Richtlijn 89/109/EEG beschreven procedure.
5. In de in bijlage II, delen A en B, weergegeven lijsten zijn nog geen monomeren en andere uitgangsstoffen opgenomen die alleen worden gebruikt bij de vervaardiging van:
- deklagen die zijn verkregen uit harsachtige of gepolymeriseerde producten in de vorm van vloeistoffen, poeders of dispersies, zoals vernissen, lakken, verven, enzovoort;
- epoxyharsen;
- kleefstoffen en adhesiebevorderende stoffen;
- drukinkten.