Art. 34 Richtlijn 2002/55/EG
1. De lidstaten zien erop toe dat zaad dat overeenkomstig de verplicht dan wel facultatief toe te passen bepalingen van deze richtlijn in de handel wordt gebracht, ten aanzien van eigenschappen, onderzoek, aanduiding en sluiting aan geen andere dan de in deze richtlijn of in andere communautaire richtlijnen vastgestelde beperkingen voor het in de handel brengen wordt onderworpen.
2. Totdat overeenkomstig artikel 20, lid 3, een beslissing is genomen, kan aan elke lidstaat op zijn verzoek volgens de in artikel 46, lid 2, bedoelde procedure machtiging worden verleend om voor te schrijven dat zaad van bepaalde groentegewassen met ingang van bepaalde data slechts in de handel mag worden gebracht indien het officieel is goedgekeurd als "basiszaad" of als "gecertificeerd zaad".