Art. 2 Richtlijn 2002/15/EG, Toepassingsgebied
1. Deze richtlijn is van toepassing op mobiele werknemers van in een lidstaat gevestigde ondernemingen die deelnemen aan wegvervoersactiviteiten die vallen onder Verordening (EEG) nr. 3820/85 of, zo niet, onder de AETR-overeenkomst.
Onverminderd de bepalingen van de volgende alinea wordt deze richtlijn van toepassing op zelfstandige bestuurders op 23 maart 2009.
Uiterlijk twee jaar vóór deze datum legt de Commissie het Europees Parlement en de Raad een verslag voor. In dit verslag worden de gevolgen geanalyseerd van de uitsluiting van zelfstandige bestuurders van het toepassingsgebied van deze richtlijn voor de verkeersveiligheid, de concurrentievoorwaarden, de beroepsstructuur en de sociale aspecten. De situatie in de onderscheiden lidstaten van de structuur van de vervoersindustrie en van de werkomstandigheden in het wegvervoer wordt hierbij in rekening genomen. Op basis van dit verslag dient de Commissie een voorstel in dat ertoe strekt:
- ofwel de voorwaarden vast te leggen voor opneming van zelfstandige bestuurders in het toepassingsgebied van deze richtlijn met betrekking tot bepaalde zelfstandige bestuurders die niet deelnemen aan wegvervoersactiviteiten in andere lidstaten en die, om objectieve redenen, gebonden zijn door plaatselijke beperkingen, zoals een afgelegen ligging, lange binnenlandse afstanden en scherpe mededinging,
- ofwel zelfstandige bestuurders niet in het toepassingsgebied van de richtlijn op te nemen.
2. Richtlijn 93/104/EG is van toepassing op mobiele werknemers die van het toepassingsgebied van de onderhavige richtlijn zijn uitgesloten.
3. Waar de richtlijn met betrekking tot mobiele werknemers in het wegvervoer meer specifieke bepalingen bevat dan Richtlijn 93/104/EG, is zij overeenkomstig artikel 14 daarvan, bij voorrang van toepassing.
4. Deze richtlijn vormt een aanvulling op Verordening (EEG) nr. 3820/85 en, voorzover noodzakelijk, op de AETR-overeenkomst, die voorrang hebben op de bepalingen van deze richtlijn.