Art. 3 Richtlijn 2002/6/EG, Definities
Voor de toepassing van deze richtlijn wordt verstaan onder:
a) "IMO FAL-Verdrag": het verdrag inzake het vergemakkelijken van het internationaal verkeer ter zee van de Internationale Maritieme Organisatie, aangenomen door de Internationale Conferentie van 9 april 1965 inzake het vergemakkelijken van reizen en vervoer over zee;
b) "IMO FAL-formulieren": bij het IMO FAL-Verdrag vastgestelde gestandaardiseerde IMO-modelfacilitatieformulieren van A4-formaat;
c) "meldingsformaliteit": de gegevens die op verzoek van een lidstaat voor administratieve en procedurele doeleinden moeten worden verstrekt, wanneer een schip in een haven aankomt of daaruit vertrekt;
d) "schip": zeegaand vaartuig, ongeacht het type, dat op zee wordt geëxploiteerd;
e) "scheepsvoorraden": goederen voor gebruik aan boord, met inbegrip van verbruiksgoederen, voor de verkoop aan passagiers en bemanningsleden vervoerde goederen, brandstof en smeermiddelen, doch met uitzondering van scheepsuitrusting en reserveonderdelen;
f) "scheepsuitrusting": goederen, niet zijnde reserveonderdelen, die zich aan boord van het schip bevinden voor gebruik aan boord en verwijderbaar zijn, doch geen verbruiksgoederen, met inbegrip van toebehoren, zoals reddingsboten, reddingsmiddelen, meubilair, scheepstoestellen en soortgelijke voorwerpen;
g) "reserveonderdelen": voor reparatie of vervangingsdoeleinden bestemde voorwerpen voor inbouw in het schip waarop zij worden vervoerd;
h) "bezittingen van de bemanning": kleding, voorwerpen voor dagelijks gebruik en andere zaken, waaronder eventueel geld, die aan de bemanningsleden toebehoren en zich aan boord bevinden;
i) "bemanningslid": een persoon die gedurende een reis daadwerkelijk aan boord taken verricht met betrekking tot de werking of het onderhoud van het schip, en die op de bemanningslijst staat.