Art. 2 Verordening (EG) nr. 2560/2001, Definities
Verordening (EG) nr. 2560/2001
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
a) "grensoverschrijdende betaling"
i) "grensoverschrijdende overmaking", een transactie op initiatief van een opdrachtgever via een instelling of een bijkantoor van die instelling in een lidstaat, teneinde in een instelling of een bijkantoor van die instelling in een andere lidstaat een geldbedrag aan een begunstigde ter beschikking te stellen; de opdrachtgever en de begunstigde kunnen een en dezelfde persoon zijn,
ii) "grensoverschrijdende elektronische betalingstransactie"
- een grensoverschrijdende overmaking van geldmiddelen door middel van een elektronisch betaalinstrument, anders dan die welke door instellingen worden opgedragen en uitgevoerd,
- een grensoverschrijdende opneming van contanten met behulp van een elektronisch betaalinstrument en het op- en ontladen van een elektronisch-geldinstrument bij een geldautomaat of een automatisch loket in de bedrijfsgebouwen van de uitgevende instelling of van een instelling die contractueel gehouden is het betaalinstrument te aanvaarden,
iii) "grensoverschrijdende cheque", een papieren cheque zoals gedefinieerd in het Verdrag van Genève van 19 maart 1931 houdende eenvormige wetten inzake cheques, uitgeschreven op een instelling binnen de Gemeenschap, welke wordt gebruikt voor grensoverschrijdende betalingen binnen de Gemeenschap;
b) "elektronisch betaalinstrument", een betaalinstrument met toegang op afstand en een elektronisch-geldinstrument waarmee de houder één of meer elektronische betalingsverrichtingen kan uitvoeren;
c) "betalingsinstrument met toegang op afstand", een instrument waarmee een houder van een rekening bij een instelling toegang kan krijgen tot geldmiddelen die zich op die rekening bevinden, om ten gunste van een derde een betaling te verrichten. Daarvoor is gewoonlijk een persoonlijk identificatienummer en/of een soortgelijk bewijs van identiteit nodig. Hieronder vallen met name betaalkaarten (krediet-, debet-, uitgestelde debiterings- of bankkaarten) en kaarten met een toepassing voor telefonisch en thuisbankieren. Grensoverschrijdende overmakingen vallen niet onder deze definitie;
d) "elektronisch-geldinstrument", een oplaadbaar betaalinstrument, zijnde een kaart waarop waarde is opgeslagen of een computergeheugen, waarop waarde-eenheden elektronisch worden opgeslagen;
e) "instelling", elke natuurlijke of rechtspersoon die als beroepsactiviteit grensoverschrijdende betalingen verricht;
f) "kosten", alle kosten die een instelling aanrekent en die rechtstreeks verband houden met de grensoverschrijdende betalingsverrichting in euro.