Art. 2, Aanvragen
1. Naast de gegevens die op grond van de Verordeningen (EEG) nr. 3508/92 en (EG) nr. 2529/2001 in het kader van het geïntegreerde beheers- en controlesysteem zijn vereist, vermeldt de producent in zijn premieaanvraag of hij in het verkoopseizoen waarvoor de premie wordt aangevraagd, schapenmelk of zuivelproducten op basis van schapenmelk in de handel brengt.
2. De aanvragen voor de premie voor producenten van schapen- en/of geitenvlees worden bij de door de lidstaat aangewezen autoriteit ingediend in de loop van een periode die wordt vastgesteld binnen een tijdvak dat begint op 1 november voor het jaar waarvoor de aanvraag wordt ingediend, en eindigt op 30 april van het op het premiejaar volgende jaar.
Het Verenigd Koninkrijk mag evenwel voor Noord-Ierland een andere periode vaststellen dan die welke voor Groot-Brittannië geldt.
3. De periode waarvoor de producent de verplichting aangaat het aantal ooien en/of geiten waarvoor de premie wordt aangevraagd, op zijn bedrijf aan te houden duurt 100 dagen en gaat in op de eerste dag na die waarop de in lid 2 bedoelde periode voor de indiening van de aanvragen afloopt.