Art. 1 Verordening (EG) nr. 1651/2001

Verordening (EG) nr. 1651/2001

Verordening (EEG) nr. 1274/91 wordt als volgt gewijzigd:

1. In artikel 1 wordt lid 5 vervangen door: "5. Elke houder die de productieplaats verlaat, moet voorzien zijn van de volgende identificatiegegevens: naam en adres of registratienummer van het producerende bedrijf, legdatum of legperiode en datum van verzending.

Wanneer aan een pakstation eieren uit de eigen, op dezelfde plaats gevestigde productie-eenheden niet in houders worden geleverd, moet het pakstation de identificatiegegevens aanbrengen.

Wanneer niet-gesorteerde eieren in verschillende houders van het ene naar het andere pakstation worden gebracht, moet elke houder die het pakstation verlaat, van de bovengenoemde gegevens zijn voorzien.

Bij vermelding van de legperiode moet de eerste dag van die periode als grondslag worden genomen voor de berekening van de in artikel 14, lid 1 bis, bedoelde datum van minimale houdbaarheid, respectievelijk in artikel 16, lid 2, bedoelde aanbevolen uiterste verkoopdatum.".

2. In artikel 3, wordt lid 3, onder a), vervangen door: "a) een deugdelijke schouwinrichting, die gedurende de bedrijfstijd steeds bemand is en die het mogelijk maakt de kwaliteit van elk ei afzonderlijk te onderzoeken. Bij gebruik van een automatische machine voor het schouwen, sorteren en indelen moet de installatie een afzonderlijk werkende schouwlamp omvatten. Bij geautomatiseerde systemen mag de bevoegde autoriteit toestaan dat de machine niet doorlopend bemand is;".

3. In artikel 8 wordt lid 2 vervangen door: "2. Op de verpakkingen wordt de gewichtsklasse aangegeven met de in lid 1 vermelde letter en/of omschrijving, eventueel aangevuld met het betrokken gewichtsinterval. De in lid 1 bedoelde gewichtsklassen mogen niet worden onderverdeeld door het gebruik van verschillende verpakkingskleuren, symbolen, handelsmerken of andere vermeldingen.".

4. In artikel 12 wordt lid 4 vervangen door: "4. De in artikel 11, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 1907/90 bedoelde afwijking geldt bij levering van dagelijkse hoeveelheden van minder dan 3600 eieren per levering en van minder dan 360 eieren per koper. Naam, adres en registratienummer van het pakstation, alsmede het aantal eieren, de kwaliteits- en de gewichtsklasse, alsmede de datum van minimale houdbaarheid worden in de begeleidende documenten aangegeven.".

5. In artikel 14 wordt het onderstaande lid 1 bis ingevoegd: "1 bis. De datum van minimale houdbaarheid is de uiterste datum waarop eieren van klasse 'A' de in artikel 5, lid 1, genoemde eigenschappen nog steeds bezitten, mits ze op passende wijze worden bewaard. De datum mag niet meer dan 28 dagen na de legdatum vallen.".

6. In artikel 16 wordt lid 2 vervangen door: "2. De aanbevolen uiterste verkoopdatum mag de in artikel 3, lid 1, van Beschikking 94/371/EG van de Raad(8) voor de levering van eieren aan de consument vastgestelde termijn van 21 dagen na de legdatum niet overschrijden.".

7. Artikel 18 wordt als volgt gewijzigd:

a) lid 1 wordt vervangen door: "1. Voorzover de relevante in bijlage III vastgestelde voorwaarden zijn vervuld, mag op eieren en kleine eierverpakkingen het houderijsysteem als bedoeld in artikel 7 en artikel 10, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 1907/90, met uitzondering van de biologische houderij als bedoeld in Verordening (EEG) nr. 2092/91 van de Raad(9), uitsluitend aan de hand van de onderstaande vermeldingen en de in bijlage II opgenomen overeenkomstige vermeldingen in de overige talen van de Gemeenschap worden aangegeven:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

Deze vermeldingen mogen worden aangevuld met vermeldingen betreffende de bijzondere kenmerken van het betrokken houderijsysteem.

De vermelding op de eieren mag worden vervangen door het gecodeerde registratienummer van de producent waarmee het houderijsysteem kan worden onderkend, voorzover de code op de verpakking verklaard wordt.

Bij losse verkoop mag het houderijsysteem alleen worden aangegeven als op het legbedrijf of in het pakstation op elk ei de desbetreffende vermelding of de code van de producent is aangebracht, voorzover met die code het houderijsysteem kan worden onderkend en de betekenis ervan via aparte informatie verklaard wordt.

Wanneer de lidstaten het in artikel 7 van Richtlijn 1999/74/EG van de Raad(10) bedoelde registratienummer aan onder die richtlijn vallende producerende bedrijven hebben toegekend, mogen geen andere codes worden gebruikt.

Wanneer een lidstaat besluit ook voor niet onder Richtlijn 1999/74/EG vallende bedrijven registratienummers toe te kennen, mogen geen andere codes worden gebruikt.";

b) in lid 2 wordt de aanhef van de eerste alinea vervangen door: "2. Pakstations die de in lid 1 bedoelde vermeldingen mogen gebruiken, houden tot minstens zes maanden nadat de producent de levering van eieren gestaakt heeft of nadat het bestand is opgeruimd, een apart register bij per houderijsysteem, waarin wordt opgenomen:";

c) lid 4 wordt vervangen door: "4. De in lid 1 bedoelde eieren worden aan de pakstations en aan de overeenkomstig Richtlijn 89/437/EEG erkende levensmiddelenbedrijven geleverd in houders waarop in één of meer talen van de Gemeenschap één van de in lid 1 genoemde vermeldingen is aangebracht. De houders moeten vóór het verlaten van de productieplaats worden voorzien van de volgende identificatiegegevens: de naam en het adres of het registratienummer van de producent, de soort eieren, het aantal of het gewicht ervan en de verzendingsdatum. De leveringsdata, alle identificatiegegevens op de houders en de wekelijkse stand van de materiële voorraden moeten minstens zes maanden in het pakstation en het levensmiddelenbedrijf worden bewaard.";

d) lid 6 wordt vervangen door: "6. De in lid 2 bedoelde pakstations houden afzonderlijke registers bij waarin per dag aantekening wordt gemaakt van de sortering naar kwaliteit en gewicht, de verkoop van eieren en kleine verpakkingen met de in lid 1 bedoelde vermeldingen; ook de naam en het adres van de koper, het aantal verpakkingen, het aantal en/of het gewicht van de verkochte eieren en de leveringsdatum, alsmede de wekelijkse stand van de materiële voorraden worden daarin genoteerd. In plaats van deze verkoopregisters mogen de pakstations echter ordners met facturen of leveringsbonnen bijhouden waarop de in lid 1 genoemde vermeldingen zijn aangebracht. Deze registers en ordners moeten minstens zes maanden worden bewaard.";

e) in lid 6 bis wordt de eerste zin vervangen door: "6 bis. Voor de in lid 1, onder a) en b), bedoelde eieren moeten groothandelaren en verzamelaars de gegevens over de aan- en verkopen en de materiële voorraden minstens zes maanden bewaren.";

f) lid 7 bis wordt vervangen door: "7 bis. Bij gebruik van de in lid 1, onder c), bedoelde vermelding is het bepaalde in de leden 2 tot en met 6 bis niet van toepassing.";

g) het volgende lid 7 ter wordt ingevoegd: "7 ter. Op verpakkingen met eieren die bestemd zijn voor overeenkomstig Richtlijn 89/437/EEG erkende levensmiddelenbedrijven mogen de in lid 1 bedoelde vermeldingen worden aangebracht, voorzover de eieren afkomstig zijn van legbedrijven die aan de desbetreffende voorschriften van bijlage III voldoen, en de in de leden 2 tot en met 6 bedoelde toezichtsmaatregelen worden toegepast.".

8. In artikel 18 bis wordt lid 1 vervangen door: "1. De lidstaten nemen alle nodige maatregelen om geheimhouding van de krachtens artikel 17, artikel 18, lid 2, artikel 18 quater, lid 1, en artikel 19, lid 2, verstrekte gegevens te waarborgen, voorzover deze gegevens betrekking hebben op natuurlijke personen.".

9. Artikel 18 ter wordt vervangen door: "Artikel 18 ter

De controle op de in artikel 18, lid 1, bedoelde vermeldingen van het houderijsysteem, inclusief de vermeldingen inzake de bijzondere kenmerken van het houderijsysteem, en op de in artikel 18 quater bedoelde vermeldingen van de voedingswijze van de leghennen mag worden overgedragen aan door de lidstaten aangewezen organen die blijk geven van voldoende onafhankelijkheid ten opzichte van de betrokken producenten en die beantwoorden aan de in Europese norm EN/45011 vastgestelde criteria.

Deze organen worden erkend door en staan onder toezicht van de bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat.

De door deze organen aangerekende controlekosten worden verhaald op de marktdeelnemer die de bovenbedoelde vermeldingen gebruikt.".

10. Het volgende artikel 18 quater wordt ingevoegd: "Artikel 18 quater

Wanneer op eieren van klasse A de voedering van de leghennen is vermeld, zijn de onderstaande voorschriften en die van bijlage IV van toepassing:

1. Pakstations die dergelijke vermeldingen aanbrengen, houden over de leveringen gedetailleerde gegevens bij die naam en adres of registratienummer van de producent, aantal en gewicht van de eieren en leveringsdatum omvatten. De producent registreert hoeveel en wat voor voeder geleverd en ter plaatse bereid wordt, de leveringsdatum en de naam van de voederfabrikant of -leverancier, het aantal en de leeftijd van de leghennen, alsmede het aantal geproduceerde en geleverde eieren, de verzendingsdatum en de naam van de kopers.

Deze gegevens moeten minstens zes maanden worden bewaard nadat de producent het leveren van eieren gestaakt heeft of nadat het bestand is opgeruimd.

2. Voederfabrikanten en -leveranciers moeten de gegevens over de samenstelling van het aan de in punt 1 bedoelde producenten geleverde voeder minstens zes maanden na de verzending bijhouden.

3. De in punt 1 bedoelde pakstations houden gedurende minstens zes maanden afzonderlijke registers bij waarin per dag aantekening wordt gemaakt van de sortering naar kwaliteit en gewicht, de verkoop van kleine verpakkingen en eieren met de in punt 1 bedoelde vermeldingen; ook de naam en het adres van de koper, het aantal of het gewicht van de verkochte eieren en de leveringsdatum, alsmede de wekelijkse stand van de materiële voorraden worden daarin genoteerd.

In plaats van verkoopregisters mogen de pakstations echter ordners met facturen of leveringsbonnen bijhouden waarop de voedingswijze van de leghennen vermeld is.

4. Grote of kleine verpakkingen met eieren waarop de voedering van de leghennen is aangegeven, moeten dezelfde vermeldingen dragen. Bij losse verkoop van eieren mag de voedering alleen worden aangegeven wanneer op elk ei de desbetreffende vermelding is aangebracht.

5. De juistheid van de genoteerde gegevens wordt minstens eenmaal per jaar op het legbedrijf en bij de voederfabrikant gecontroleerd.

6. De punten 1 tot en met 4 gelden onverminderd nationale technische maatregelen die verder reiken dan de in bijlage IV vastgestelde minimumvoorwaarden en slechts van toepassing zijn voor de producenten van de betrokken lidstaat, voorzover de betrokken maatregelen verenigbaar zijn met het Gemeenschapsrecht en aan de gemeenschappelijke handelsnormen voor eieren beantwoorden.

7. De in punt 6 bedoelde nationale maatregelen worden aan de Commissie meegedeeld.

8. Op verzoek van de Commissie verstrekt de lidstaat te allen tijde alle nodige inlichtingen om na te gaan of de in dit artikel bedoelde maatregelen verenigbaar zijn met het Gemeenschapsrecht en aan de gemeenschappelijke handelsnormen voor eieren beantwoorden.".

11. In artikel 19 wordt lid 2 vervangen door: "2. Pakstations die de in lid 1 bedoelde vermeldingen en/of symbolen gebruiken, houden een naar oorsprong ingedeeld gedetailleerd leveringsregister bij, waarin naam en adres van de producent, aantal eieren of het gewicht ervan en de leveringsdatum worden opgenomen. De producenten houden een register bij waarin het aantal leghennen en hun leeftijd, het aantal geproduceerde en geleverde eieren, de verzendingsdatum, alsmede de naam van de kopers worden opgenomen. Deze gegevens worden minstens zes maanden bijgehouden nadat de producent de levering van eieren staakt of nadat het bestand is opgeruimd.".

12. In artikel 19 wordt lid 3 vervangen door: "3. De in lid 2 bedoelde pakstations houden gedurende minstens zes maanden afzonderlijke registers bij waarin per dag aantekening wordt gemaakt van de sortering naar kwaliteit en naar gewicht en van de verkoop van kleine verpakkingen en eieren met de in lid 1 bedoelde vermeldingen en/of symbolen; ook de naam en het adres van de koper, het aantal of het gewicht van de verkochte eieren en de leveringsdatum, alsmede de wekelijkse stand van de materiële voorraden worden daarin genoteerd. In plaats van de bedoelde registers mogen de pakstations evenwel de facturen of de leveringsbonnen bewaren waarop de in lid 1 bedoelde vermeldingen en/of symbolen zijn aangebracht.".

13. In artikel 20, lid 1, wordt het tweede streepje vervangen door: "- jaarlijks, vóór 1 april betreffende het voorafgaande kalenderjaar, het gemiddelde aantal leghennen dat aanwezig was (1), het overeenkomstig artikel 18, leden 2 en 7 ter, geregistreerde aantal of gewicht van de geleverde eieren en het overeenkomstig artikel 18, lid 6, geregistreerde aantal of gewicht van de verkochte eieren.".

14. Artikel 28 wordt geschrapt.

15. In bijlage I, punt 1. Datum van minimale houdbaarheid, wordt "Cons. de pref. antes de" vervangen door "Cons. pref.".

16. Bijlage II wordt vervangen door bijlage I bij deze verordening.

17. De bijlagen II en III bij deze verordening worden toegevoegd als "Bijlage III" en "Bijlage IV".

Verwijst naar

Volgende artikelen