Art. 39 Verordening (EG) nr. 1260/2001

Verordening (EG) nr. 1260/2001

1. In de in artikel 38, lid 1, genoemde periode wordt met het oog op een adequate voorziening van de in artikel 7, lid 4, bedoelde raffinaderijen in de Gemeenschap een verlaagd invoerrecht, hierna "bijzonder recht" genoemd, toegepast voor ruwe rietsuiker van oorsprong uit de in artikel 35 bedoelde landen en andere landen die uit hoofde van met die landen gesloten overeenkomsten wordt ingevoerd, welke suiker hierna "bijzondere preferentiële suiker" wordt genoemd, met inachtneming van de daarin vastgestelde voorwaarden, met name ten aanzien van de door de raffinaderijen te betalen minimumaankoopprijs.

2. Voor de toepassing van lid 1, en onverminderd lid 5, wordt de veronderstelde maximale behoefte van de raffinaderijen per verkoopseizoen, uitgedrukt in witte suiker, geraamd op:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

3. Onverminderd lid 5, wordt aan de hand van een op ramingen berustende en volledige communautaire voorzieningsbalans voor ruwe suiker voor elk verkoopseizoen of een gedeelte daarvan, bepaald welke hoeveelheden ruwe suiker uit suikerriet en suikerbieten uit de Gemeenschap, al dan niet uitgesplitst naar oorsprong, beschikbaar zijn voor de raffinaderijen. Deze balans kan in de loop van het verkoopseizoen worden herzien.

Bij de bepaling van de hoeveelheden moeten voor elke balans dezelfde voor rechtstreekse consumptie bestemde hoeveelheden suiker uit de Franse overzeese departementen en preferentiële suiker in aanmerking worden genomen die voor het verkoopseizoen 1994/1995 zijn geconstateerd, na aftrek van het voor het betrokken verkoopseizoen verwachte plaatselijke verbruik in die departementen. Indien uit de balans blijkt dat de beschikbare hoeveelheden niet toereikend zijn om in de in lid 2 aangegeven maximale behoefte te voorzien, worden de nodige maatregelen vastgesteld om het mogelijk te maken dat de ontbrekende hoeveelheden als bijzondere preferentiële suiker in de betrokken lidstaten worden ingevoerd in het kader van de regeling voor de invoer met bijzonder recht waarin de in lid 1 bedoelde overeenkomsten voorzien.

4. Behalve in geval van overmacht, moet bij overschrijding van de in lid 2 vastgestelde of volgens lid 5 herziene geraamde maximale behoeften van een lidstaat, voor de hoeveelheid waarmee deze behoeften zijn overschreden, een bedrag worden betaald dat overeenkomt met het volledige recht voor het betrokken verkoopseizoen, vermeerderd met de in artikel 38 bedoelde steun en eventueel verhoogd met het hoogste aanvullende recht dat tijdens het betrokken verkoopseizoen is genoteerd.

Voor preferentiële ruwe suiker kunnen echter bij herziening volgens lid 5, de hoeveelheden waarmee de herziene geraamde maximale behoeften zijn overschreden, binnen de grens van de in lid 2 vastgestelde hoeveelheden en overeenkomstig de voorwaarden in artikel 36 worden verkocht aan de interventiebureaus indien die hoeveelheden niet in de Gemeenschap kunnen worden afgezet.

5. Bij toepassing van artikel 10, leden 3 tot en met 6, wordt voor het betrokken verkoopseizoen het totaal van de in lid 2 van dit artikel bedoelde geraamde maximale behoeften verminderd met een hoeveelheid gelijk aan de som van de hoeveelheden bijzondere preferentiële suiker die nodig zijn om te voorzien in de overeenkomstig lid 3 vastgestelde geraamde maximale behoeften, verminderd met hetzelfde percentage als dat waarmee de som van de basishoeveelheden A voor suiker uit de Gemeenschap op grond van artikel 10, lid 5, wordt verminderd.

De vermindering van de maximale behoeften wordt over de betrokken lidstaten verdeeld naar gelang van de verhouding tussen de voor elke lidstaat in lid 2 vastgestelde hoeveelheid en het totaal van de in dat lid vastgestelde hoeveelheden.

6. De uitvoeringsbepalingen van dit artikel, en met name die inzake de uitvoering en het beheer van de in lid 1 bedoelde overeenkomsten, worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 42, lid 2.

Vorige artikelen

Volgende artikelen