Art. 3 Verordening (EG) nr. 69/2001, Cumulering en controle
1. Wanneer een lidstaat een onderneming de minimis-steun verleent, deelt hij de onderneming mede dat het om de minimis-steun gaat, en verlangt hij van de betrokken onderneming alle gegevens over de minimis-steun die zij in de voorgaande drie jaar heeft ontvangen.
De lidstaat kan slechts nieuwe de minimis-steun verlenen nadat hij is nagegaan of de nieuwe steun het totale bedrag van de gedurende de relevante periode van drie jaar ontvangen steun niet zodanig doet toenemen dat het in artikel 2, lid 2, vastgestelde plafond wordt overschreden.
2. Ingeval een lidstaat een centraal register van de minimis-steun heeft ingevoerd waarin alle gegevens zijn vervat over alle de minimis-steun die door enige autoriteit in die lidstaat is verstrekt, is het vereiste van lid 1, eerste alinea, niet langer van toepassing vanaf het tijdstip waarop het register een periode van drie jaar bestrijkt.
3. De lidstaten verzamelen en bewaren alle informatie die betrekking heeft op de toepassing van deze verordening. Deze dossiers moeten alle informatie bevatten die nodig is om na te gaan of aan de voorwaarden van de verordening is voldaan. Een dossier betreffende een individuele de minimis-steunmaatregel moet worden bewaard gedurende tien jaar te rekenen vanaf het tijdstip van steunverlening, en een dossier betreffende een de minimis-steunregeling gedurende tien jaar vanaf het tijdstip van de laatste individuele steunverlening op grond van deze regeling. De betrokken lidstaat verstrekt de Commissie op haar schriftelijk verzoek binnen 20 werkdagen, of binnen de langere termijn die de Commissie in haar verzoek vaststelt, alle informatie die de Commissie nodig acht om te kunnen nagaan of aan de voorwaarden van deze verordening is voldaan en inzonderheid om te kunnen vaststellen ten belope van welk totaalbedrag een bepaalde onderneming de minimis-steun heeft ontvangen.