Art. 28
1. Wanneer samenhangende vorderingen aanhangig zijn voor gerechten van verschillende lidstaten, kan het gerecht waarbij de zaak het laatst is aangebracht, zijn uitspraak aanhouden.
2. Wanneer deze vorderingen in eerste aanleg aanhangig zijn, kan dit gerecht, op verzoek van een der partijen, ook tot verwijzing overgaan mits het gerecht waarbij de zaak het eerst is aangebracht bevoegd is van de betreffende vorderingen kennis te nemen en zijn wetgeving de voeging ervan toestaat.
3. Samenhangend in de zin van dit artikel zijn vorderingen waartussen een zo nauwe band bestaat dat een goede rechtsbedeling vraagt om hun gelijktijdige behandeling en berechting, teneinde te vermijden dat bij afzonderlijke berechting van de zaken onverenigbare beslissingen worden gegeven.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Hof Amsterdam 24 september 2013, ECLI:NL:GHAMS:2013:3013
- Rb. Utrecht 4 mei 2011, ECLI:NL:RBUTR:2011:BV3102
- Rb. Rotterdam 29 april 2009, ECLI:NL:RBROT:2009:BJ2061
- Rb. Rotterdam 29 april 2009, ECLI:NL:RBROT:2009:BJ1302
- Rb. Arnhem 2 november 2011, ECLI:NL:RBARN:2011:BU5797
- Hof Amsterdam 7 januari 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:27
- Hof Amsterdam 4 februari 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:244