Art. 2 Richtlijn 2001/111/EG

Richtlijn 2001/111/EG

Richtlijn 2000/13/EG is met inachtneming van de volgende voorwaarden en afwijkingen van toepassing op de in deel A van de bijlage omschreven producten:

1. De in deel A van de bijlage opgenomen benamingen mogen, onverminderd punt 5, uitsluitend worden gebruikt voor de daar genoemde producten en worden in de handel gebruikt ter aanduiding van die producten.

De in deel A, punt 2, van de bijlage genoemde benaming mag ook worden gebruikt voor de aanduiding van het in deel A, punt 3, van de bijlage bedoelde product.

Evenwel:

- mogen op de in deel A van de bijlage omschreven producten, naast de verplichte benaming, andere, in de lidstaten gebruikelijke nadere aanduidingen voorkomen;

- mogen de benamingen ook worden gebruikt in benamingen waarmee, overeenkomstig de bestaande gebruiken, andere producten worden aangeduid

mits de consument hierdoor niet in verwarring kan worden gebracht.

2. Voor voorverpakte producten met een gewicht van minder dan 20 g hoeft het nettogewicht niet op de etikettering te worden vermeld.

3. De etikettering van vloeibare suiker, vloeibare invertsuiker en invertsuikerstroop omvat de vermelding van het gehalte aan droge stof en aan invertsuiker.

4. De etikettering van invertsuikerstroop met kristallen in de oplossing omvat de vermelding "gekristalliseerd".

5. Wanneer de in punten 7 en 8 van deel A van de bijlage genoemde producten meer dan 5 gewichtsprocenten van de droge stof aan fructose bevatten, moet wat betreft hun productnaam en als ingrediënt op het etiket respectievelijk "glucose-fructosestroop" of "fructose-glucosestroop" en "gedroogdeglucose-fructosestroop" of "gedroogdefructose-glucosestroop" worden vermeld om aan te geven of het glucose- dan wel het fructoseaandeel het grootst is.

Verwijst naar

Vorige artikelen

Volgende artikelen