Art. 58 Richtlijn 2001/34/EG

Richtlijn 2001/34/EG

1. De lening moet ten minste EUR 200000 bedragen. Deze bepaling is niet van toepassing in geval van doorlopende uitgifte van obligaties wanneer het bedrag van de lening niet is vastgesteld.

2. De lidstaten kunnen bepalen dat het niet voldoen aan deze voorwaarde geen beletsel vormt voor de toelating tot de officiële notering, wanneer de bevoegde autoriteiten ervan verzekerd zijn dat voor de betreffende obligaties een voldoende markt tot stand zal komen.

3. De tegenwaarde in nationale valuta van EUR 200000 is aanvankelijk het equivalent van de tegenwaarde in nationale valuta van 200000 Europese rekeneenheden welke op 5 maart 1979 gold.

4. Indien ten gevolge van wijzigingen in de tegenwaarde van de euro in nationale valuta het in nationale valuta uitgedrukte minimumbedrag van de lening gedurende een periode van een jaar ten minste 10 % lager ligt dan de waarde van EUR 200000, moet de betrokken lidstaat binnen twaalf maanden na het verstrijken van deze periode zijn wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen aan lid 1 aanpassen.

Vorige artikelen

Volgende artikelen