Art. 48 Richtlijn 2001/34/EG

Richtlijn 2001/34/EG

1. Een voldoende verspreiding van de aandelen onder het publiek in één of meer lidstaten moet uiterlijk op het ogenblik van de toelating zijn verwezenlijkt.

2. De in lid 1 bedoelde voorwaarde is niet van toepassing wanneer de verspreiding van de betrokken aandelen onder het publiek via de beurs moet geschieden. In dit geval kan alleen tot toelating tot de officiële notering worden besloten indien de bevoegde autoriteiten ervan overtuigd zijn dat op korte termijn een voldoende verspreiding via de beurs zal plaatsvinden.

3. Bij een aanvraag tot toelating tot de officiële notering van een verder gedeelte van een zelfde aandelencategorie, kunnen de bevoegde autoriteiten beoordelen of de verspreiding der aandelen onder het publiek voldoende is, rekening houdende met alle uitgegeven aandelen en niet alleen met dit verdere gedeelte.

4. Wanneer de aandelen tot de officiële notering in één of meer derde landen zijn toegelaten, kunnen de bevoegde autoriteiten, in afwijking van het in lid 1 bepaalde, besluiten tot toelating tot de officiële notering wanneer een voldoende verspreiding onder het publiek is verwezenlijkt in het derde land of de derde landen waar de aandelen zijn genoteerd.

5. Een voldoende verspreiding wordt geacht te bestaan wanneer de aandelen waarvoor de toelating wordt aangevraagd, onder het publiek zijn verspreid ten belope van ten minste 25 % van het geplaatste kapitaal dat met deze aandelencategorie overeenstemt, of wanneer, gezien het grote aantal aandelen van een zelfde categorie en hun ruime verspreiding onder het publiek, een regelmatige werking van de markt met een geringer percentage wordt gewaarborgd.

Vorige artikelen

Volgende artikelen